OFFERTE AANVRAGEN
Offerte aanvragen

Taleninstituut Assen

Direct naar ➤ Cursussen - Online - ERK - ISO - Assen - Nieuws
Dagnall taalcursus op locatie
Dagnall taalcursus online
Dagnall taalcursus contact opnemen
Taleninstituut Dagnall - Wij kunnen snel schakelen - Binnen een week beginnen is mogelijk Start vandaag nog met uw reis naar taalbeheersing

Start vandaag nog met uw reis naar taalbeheersing


Taalcursussen in Assen van topniveau


Talen verbinden u met de wereld en zijn een communicatiebasis die deuren voor u kan openen - vooral in de professionele wereld. Daarom hebben bedrijven en organisaties die in de taalopleiding en taalkennis van hun werknemers investeren, ook een duidelijk voordeel en een voorsprong.
Dagnall Taleninstituut biedt u precies wat u zoekt: effectieve taaltrainingen op het hoogste niveau voor professionals en leidinggevenden in en in de buurt van Assen.
Taaltraining op maat, omdat uw organisatie of bedrijf welbespraakte medewerkers verdient.

Vakgebieden


Zakelijk, medisch of technisch - Dagnall spreekt elke bedrijfstaal.
Iedere bedrijfstak heeft zijn eigen taal en gebruikt zijn eigen terminologie. Geef uw medewerkers duidelijke concurrentievoordelen en een zelfverzekerde uitstraling, door middel van branchespecifieke taalkennis van het hoogste niveau.
Dagnall Talen biedt uw werknemers taaltrainingen in Assen aan in een brede waaier van gespecialiseerde vakgebieden.
Screenshot navigatiesysteem met tekst Taleninstituut Assen aangegeven - in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels

Goed op weg met Dagnall Talen

Landkaart Nederland grijs - locatie Dagnall Taleninstituut in Assen - aangegeven met blauw plaatsnaambord met witte letters en Dagnall veer - op transparante achtergrond - 600 * 733 pixels
Dagnall Taleninstituut
Industrieweg 22
9403 AA ASSEN

of bij u op locatie

  
Vrijblijvend informeren naar een taaltraining bij u in de buurt
Taalcursus Verenigd Koninkrijk
Taalcursus Duitsland
Taalcursus Frankrijk
Taalcursus Spanje
Taalcursus Nederland
Taalcursus Portugal
Taalcursus Italië
Taalcursus Denemarken
Taalcursus Zweden
Taalcursus Noorwegen
Taalcursus Finland
Taalcursus Rusland
Taalcursus Polen
Taalcursus Tsjechië
Taalcursus Slowakije
Taalcursus Kroatië
Taalcursus Hongarije
Taalcursus Roemenië
Taalcursus Bulgarije
Taalcursus Turkije
Taalcursus Griekenland
Taalcursus Israël
Taalcursus China
Taalcursus Japan

De organisatie van uw taaltrainingen in goede handen

Werkgerelateerd & doelgericht


Wij bieden taaltrainingen op maat in Assen aan als individuele (1-op-1) les, als groepscursus met collega’s, als intensieve workshop en ook als doorlopende, regelmatige training - met face-to-face-les alsook online cursus. Iedereen kan bij Dagnall Talen talen leren op precies de manier die het meest geschikt is voor hem of haar. Naast klassieke taalcursussen hebben organisaties vooral interesse in werkgerelateerde cursussen zoals Zakelijk Engels of Duits of Technisch Engels of Duits. Taaltrainingen worden afgestemd op de individuele behoeften van de opdrachtgevers. Dagnall biedt de mogelijkheid om via gecertificeerde taaldocenten met uitstekende recensies en beoordelingen onbegrensd talen te leren in Assen. Dagnall Talen leidt u doelgericht en snel naar de door u beoogde resultaten.

Filosofie van Dagnall Taleninstituut


Het is onze filosofie om een vreemde taal te leren met gemak en plezier en zonder schroom. Daarom zetten wij alles in het werk om ervoor te zorgen dat cursisten de taal van uw keuze moeiteloos en zonder remmingen leren.
Een taal leren moet leuk zijn en daarom werkt Dagnall Taleninstituut met methodes die het leren gemakkelijker en prettiger maken.

Door onze methodes wekken we nieuwsgierigheid op en ondersteunen we de bereidheid om te leren. We brengen de cursist in grote stappen naar het beoogde taalniveau met 15 minuten dagelijks oefenen.
Dagnall Taleninstituut is een ideale partner voor iedereen die een taal wil leren in Assen.
Betaalbare topkwaliteit sinds 1982
OFFERTE AANVRAGEN
taaltrainingen - vertalingen - tolken - teksten

Plan van aanpak Dagnall Taleninstituut

Dagnall Taleninstituut stelt de wensen en leerdoelen vast in overleg met u als opdrachtgever. U meldt de cursisten met hun contactgegevens aan. Wij verzorgen een intake op locatie of, indien u dit wenst, online of telefonisch. Nadat het intakegesprek heeft plaatsgevonden, waarin op basis van het Europees Referentiekader (ERK) het huidige en gewenste niveau vastgesteld wordt, ontvangt u van ons een cursusvoorstel op maat met de offerte.
Na akkoord van de offerte stemmen wij de planning van de cursus op uw situatie en agenda af.
Na enkele lessen evalueert de trainer de inhoud en de voortgang van de cursus. Indien noodzakelijk, kan de doelstelling bijgesteld worden.
Na de laatste les ontvangt u een eindrapportage met een beschrijving van de door de deelnemers behaalde resultaten. Tevens ontvangen de deelnemers een certificaat van het instituut.
[ Lees meer ]


Intake

Planning

Cursus

Certificaat

Betaalbaar taleninstituut in Assen sinds 1982

Taleninstituut Dagnall Talen geeft taalcursussen op maat aan het bedrijfsleven, (semi)overheid en andere non-profitorganisaties in Assen en omliggende gemeenten sinds 1982. Bij Dagnall werken kundige taaltaaltrainers met een veel ervaring, die experts zijn op taalgebiedtrainingen aan het bedrijfsleven en (overheids)organisaties in de regio Groningen-Assen.
Door de werkplekgerichte en functiegerichte aanpak, bieden wij u zeer betaalbare en effectieve taalcursussen in Assen. Rendement door maatwerk; dat is wat Dagnall Taleninstituut u belooft.
Betaalbaar maatwerk bij Dagnall Taleninstituut in Assen

Taal op de werkvloer

Taal op de Werkvloer: draagvlak nodig! Veel bedrijven zijn inmiddels bekend met cursussen die zijn toegespitst op het vergroten van de taalbeheersing op de werkvloer.
Werknemers die geen of weinig beheersing van het Nederlands of een andere voertaal hebben, ervaren een belemmering in hun werkomgeving en willen graag en sneller en/of beter op de werkplek kunnen communiceren op hun werk.
De aanwijzingen op het werk willen zij goed kunnen begrijpen en deze ook op kunnen volgen. Deze werknemers willen het liefst zelfverzekerder hun werk uit kunnen voeren en uiteraard graag hun ambities op hun werkgebied verwezenlijken. Dit vereist een investering in werknemers en in de ontwikkeling van het bedrijf.
[ Lees meer ]

Vele wegen naar een betere talenkennis in Assen

Behoeftes en leermethode


Een goede taaltraining is niet alleen gefocust op de vraag van de klant, cursist, werkgever of organisatie, zoals een betere spreek- of schrijfvaardigheid.
Een goede taaltraining is uiteraard ook afgestemd op de beste, lees meest geschikte, leermethode voor de individuele cursist.
Een taaltraining (bij een taleninstituut in Breda) die het beste bij hem of haar past.

Hoe behaalt Dagnall een hoog rendement?


De vakkundige taaltrainers van ons taleninstituut zijn zeer bedreven in het zo snel en zo plezierig mogelijk aanleren van kennis en vaardigheden om deze direct in realistische praktijksituaties te kunnen toepassen. Dat werkt wel zo plezierig en zorgt dat u veel waar voor uw geld krijgt.
Het inmiddels alom bekende hoge rendement van Dagnall Talen wordt behaald door een mix van deze bewezen leermethode gericht op de cursist(en) en het nagaan of de cursist(en) visueel, auditief of kinesthetisch is/zijn ingesteld. U kunt bij Dagnall Taleninstituut terecht voor taalcursussen die gebaseerd zijn op een maatwerktraining.

Ons taleninstituut biedt groepscursussen van 3 tot 8 à 10 deelnemers, duocursussen (2 deelnemers), individuele cursussen, onlinecursussen, het online leerplatform voor (Dagnall.online) blended learning alsook een eigen App met woordenlijsten en jargon van de specifieke organisatie.
De taaldocenten van ons instituut maken veel gebruik van eigen lesmateriaal dat zij door de jaren heen hebben gecreëerd en verzameld en spelen continue in op actuele thema’s en ontwikkelingen.

Een prettige manier van leren


Een voordeel is dat dit slimme maatwerk als een zeer prettige manier van werken wordt ervaren door zowel onze cursisten alsook onze taaldocenten in Assen. Deze, door de jaren heen steeds verder verfijnde en ontwikkelde werkmethode is het bijzonder gewaardeerde handelsmerk geworden van Dagnall Taleninstituut. De cursus is niet alleen werkgericht en/of functiegericht, maar zeer zeker ook aangepast aan de leermethode die goed bij de cursist zelf past.
Overlappende groene cirkel met klok en kalender en donkerblauwe cirkel met icoon lesgeven op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels
Computerscherm met vier taalvaardigheden luisteren, lezen, schrijven en spreken - in kleur op transparante achtergrond - 600 * 496 pixels
Effectief een vreemde taal leren in Assen bij Taleninstituut Dagnall

Individuele cursussen en groepscursussen

Individuele cursussen & groepscursussen


Ons taleninstituut cursussen op maat voor individuen en groepen, waarbij u de gehele organisatie met een gerust hart kunt overlaten aan ons.
Dagnall taleninstituut biedt deze individuele cursussen en groepscursussen voor zowel beginners, als voor halfgevorderden en gevorderden.
Voor de individuele-, duocursussen en

groepscursussen maakt Dagnall Taleninstituut gebruik van moderne en gevarieerde leermethodieken om doelgericht te trainen en het leersucces te verzekeren.
Vanzelfsprekend kunnen onze individuele-, duo- en groepscursussen zowel op locatie als op één van onze trainingslocaties in of bij Assen gegeven worden.
Maatwerk individuele en groepscursussen in Assen

Maatwerkcursussen


Dagnall taleninstituut biedt individuele cursussen voor bedrijven, (semi-)overheidsinstellingen alsook particulieren in Assen en omgeving.
Individuele cursussen noemt men ook wel één-op-één-cursussen of privélessen..
De individuele taalcursussen van Dagnall Taleninstituut staan al decennia bekend voor maatwerk, persoonlijke aandacht en een zeer hoog rendement.
Alle individuele cursussen van taleninstituut Dagnall zijn maatwerktrainingen alsook de trainingen worden afgestemd op, en speciaal samengesteld voor, het taalniveau, de branche, de praktijksituatie alsook de leerstijl.
De cursussen worden opgesteld om de persoonlijke of bedrijfsdoelstellingen te behalen.

Ons taleninstituut biedt groepscursussen van 3 tot 10 personen, maar ook duocursussen (2 cursisten) aan bedrijven, (semi-)overheidsorganisaties en particulieren.
De leergroepen houden wij zo klein mogelijk de deelnemers maximaal te ondersteunen en om de leereffectiviteit te verhogen.
De groepscursussen van Dagnall Taleninstituut zijn ook maatwerk taalcursussen en worden afgestemd op, en specifiek samengesteld voor, het taalniveau, de leerstijl, de branche en de praktijksituatie en de trainingen worden opgesteld om de doelstellingen te behalen.


Pluspunten individuele cursus


Het hoge rendement is het belangrijkste voordeel van individuele taalcursussen doordat in vrij korte tijd behoorlijk veel informatie wordt opgenomen.
Omdat de taalcursus intensief is, wordt meer vooruitgang geboekt en blijft het leertraject zo kort mogelijk.
Flexibiliteit is nog een groot pluspunt van een individuele taalcursus. De taalcursus kan beter worden afgestemd op de leerstijl van de cursist en de leerstof kan optimaal aangepast aan de doelstellingen, het niveau en de eventuele aandachtsgebieden van de cursist.
De leervordering is optimaal doordat eventuele begripsproblemen individueel behandeld kunnen worden.
Een individuele is ook cursus goed af te stemmen op de agenda van de cursist zodat het tijdmanagement en het leerschema optimaal zijn.


Pluspunten groepscursus


Vooral de interactie met de andere cursisten is het grootste voordeel van groepscursussen; het actieve gebruik van de doeltaal door middel van bijvoorbeeld discussies en rollenspellen in de groep.
De zogenaamde groepsdynamiek is een ander belangrijk voordeel; van elkaars foutjes kunnen leren en communiceren in de doeltaal met de groep. De lerenden kunnen de hierdoor geboden afwisseling als leuker ervaren.
Daarnaast zijn groepscursussen efficiënt omdat tegelijk meerdere medewerkers getraind worden en de groep op bijna hetzelfde kennisniveau komt.
Ook is een groepscursus iets minder intensief (minder zwaar) voor de deelnemer dan een individuele cursus.


Minpunten individuele cursus


Bij een individuele taalcursus kunnen discussies en rollenspellen alleen met de docent worden gevoerd en gedaan.
Omdat er geen interactie is met andere lerenden, kan de geleerde taalkennis niet in de groep worden geoefend.
Doordat groepsdynamiek ontbreekt, is het ook niet mogelijk om te leren van elkaars foutjes.
De intensievere leerbenadering van een individuele taalcursus is voor de cursisten ook behoorlijk intensief (zwaarder).


Minpunten groepscursus


In een groepscursus is minder aandacht voor de individu en kunnen lerenden iets sneller afgeleid worden. Het rendement is hierdoor iets lager. Deels kan dit ondervangen worden door groepen iets kleiner te houden (minigroepen).
Een groepscursus kan ook minder goed worden afgestemd op individuele leerstijlen van cursisten.
Een bijkomstig minpunt van groepscursussen is dat de planning minder goed kan worden afgestemd op de agenda van individuele cursisten.

Pluspunten

Individuele cursus in één oogopslag



  hoogste rendement & flexibiliteit, kortste traject
  afgestemd op individuele leerstijl
  inhoud perfect afgestemd op individuele behoefte
  afgestemd op niveau & aandachtsgebieden cursist
  afgestemd op agenda cursist


Minpunten

Individuele cursus in één oogopslag



  geen interactie met andere cursisten
  vrij intensief voor de cursist
  geen groepsdynamiek

Pluspunten

Groepscursus in één oogopslag



  interactie met andere cursisten
  groepsdynamiek wordt als prettiger ervaren
  groep komt op hetzelfde kennisniveau
  efficiënt meerdere medewerkers tegelijk trainen
  minder intensief dan individuele cursus


Minpunten

Groepscursus in één oogopslag



  iets minder aandacht voor individuele cursist
  minder afgestemd op individuele leerstijlen
  minder afgestemd op agenda cursisten
Ontdek onze mogelijkheden voor taalcursussen

Verschillende soorten cursussen voor elk niveau

Dagnall Taleninstituut biedt cursussen voor beginners, halfgevorderden en gevorderden.
Niet iedereen is in de gelegenheid om naar een talencentrum te gaan. Daarom bieden wij onze taalcursussen ook incompany en online aan.

Bij Taleninstituut Dagnall volgt u bijvoorbeeld een
intensieve of semi-intensieve cursus, een spoedcursus of een opfriscursus of een cursus zakelijk Nederlands, Engels, Duits, Frans en Spaans of een cursus spreekvaardigheid of telefoontraining. Een combinatie van deze trainingen is eveneens mogelijk.
Dagnall staat voor (betaalbaar) maatwerk!
Woordenwolk in veer logo Dagnall Talen met toepasselijke sleutelwoorden voor Dagnall Talencursussen - in donkerblauw, groen en grijs op transparante achtergrond - 600 * 600 pixels
Stukje hout boven Dagnall potlood met geslepen punt en gum met gedrukt Dagnall Talen logo - in kleur op transparante achtergrond - 600 * 600 pixels

Kennen en kunnen

Taalbeheersing staat niet alleen voor kennen maar daarnaast ook voor kunnen (het toepassen van de opgedane kennis). Dagnall Talen zorgt met gerichte oefening dat de opgedane kennis sneller actief kan worden toegepast.
Al gauw doet u die vergadering of dat lastige telefoongesprek in de nieuwe taal en kunt u trots zijn op uzelf. Dagnall brengt taalkennis tot leven!

ALGEMENE LEERMETHODES

Audio-Lingual Method (ALM) (Army Method/New Key)


Bedacht door wie en wanneer


De audiolinguale methode was al in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw in Amerika en Engeland ontwikkeld, onder meer door de Amerikaanse taalkundige Leonard Bloomfield. Doordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, moesten de (Amerikaanse) soldaten de elementaire verbale communicatieve vaardigheden leren. Door de invloed van het leger werd de audiolinguale methode ook wel de ‘legermethode’ genoemd.

Kenmerken van de Audio-Lingual Method (ALM)


De audiolinguale methode kun je zien als antwoord op de grammatica-vertaalmethode. Het was nieuw dat de lessen geheel in de doeltaal werden gegeven. De belangrijkste vaardigheden zijn spreken en luisteren en grammaticale structuren worden geleerd door middel van mondelinge structuuroefeningen. Het doel is vrijwel zonder fouten kunnen spreken en verstaan; dit begint bij iemand leren naspreken. Herhaling is het middel hiervoor; er wordt gewerkt met drills om zinnen alsook structuren te leren beheersen, om te zorgen dat reacties spontaan en automatisch worden. De taaltrainer kan zo bijvoorbeeld een zin 10 keer herhalen en daarna een extra woord toevoegen. Er wordt veel in zogenaamde talenpractica gewerkt, waarbij studenten met een koptelefoon naar zinnen luisteren en deze naspreken. Geschreven taal wordt pas behandeld wanneer de mondelinge taal al vertrouwd is geworden. Afbeeldingen worden wel gebruikt om nieuwe woorden te introduceren.

Populariteit


In Nederland werd de methode pas rond het jaar 1970 geïntroduceerd toen de Mammoetwet van kracht werd. Men maakte al snel bezwaar tegen de betekenisloze driloefeningen. Het kwam soms voor dat de techniek haperde. Hierdoor raakten de talenpractica vrij gauw in onbruik. In plaats van de talenpractica werden de voor mondeling gebruik bedoelde structuuroefeningen schriftelijk gemaakt. Leerboekenschrijvers namen de markt weer over en boden weer expliciete grammaticaregels aan. Toch liet de audiolinguale methode wel sporen na. Het was nu alom geaccepteerd dat het bij een taal leren niet om het uit het hoofd leren van de regels van de grammatica gaat, maar om het te gebruiken. De luistervaardigheid, waar het merendeel van taaldocenten vóór de jaren zeventig geen aandacht aan schonken, was ontdekt.

Voor- en nadelen van de Audio-Lingual Method


De audiolinguale methode is voor beginnende studenten effectief. De juiste uitspraak wordt vanaf het begin aangeleerd. Deze methode is docentgestuurd en daardoor kan deze methode een efficiënte en snelle overdracht van de kennis van de taal bieden. Deze methode kan ook worden toegepast bij grotere groepen.

Tevens is de docentgestuurde kant een nadeel; eigen input wordt niet verlangd van de lerenden, waardoor het gevaar van enige passiviteit en onvoldoende betrokkenheid en motivatie dreigt. Een ander bezwaar is dat de geoefende drills niet zo eenvoudig zijn om te zetten in levend taalgebruik.

GoldList Method (GLM)


Bedacht door wie en wanneer


De GoldList Method (‘gouden lijst-methode’) is door David J. James, alias Viktor Dmitrievitch Huliganov of Uncle Davey ontwikkeld.

Kenmerken van de GoldList Method (GLM)


De GoldList Method is een methode om woorden of zinnen te leren op een zodanige manier dat deze worden opgeslagen in het langetermijngeheugen. Deze methode werkt middels zelfgeschreven woordenlijsten die worden herhaald na verloop van tijd. De zinnen en woorden van de woordenlijst worden hardop gelezen door de lerenden. Deze woorden en zinnen uit het hoofd te leren, is niet het idee, maar dit eigenlijk gebeurt vanzelf door de blootstelling. De woordenlijst wordt telkens bijgewerkt; woorden die zijn geleerd, worden van de lijst gehaald. De woorden die nog steeds problemen opleveren, blijven op de woordenlijst staan.

Populariteit


Aanhangers van de GoldList-methode beweren dat deze woorden of zinnen in de vreemde taal spontaan opgeslagen worden in het langetermijngeheugen, maar geheugenwetenschappers bestrijden dat. Volgens deze geheugenwetenschappers wordt (taal)kennis in het algemeen onthouden als deze kennis relevant en betekenisvol is voor de student. Deze GoldList-methode kan werken voor woorden die van betekenis en relevant zijn voor de student.

Voor- en nadelen van de GoldList Method


Voor lerenden die het fijn vinden om bijvoorbeeld Post-its® te gebruiken als geheugensteuntje zou deze GoldList-methode goed kunnen functioneren. Doordat het fysieke gedeelte van het geheugen door het schrijven aangesproken wordt en meewerkt, functioneert het met de hand schrijven effectiever dan typen of, behoorlijk zinloos: een foto maken. Een nadeel is het ontbreken van context. Taal bestaat uiteraard uit veel meer dan een serie losse woorden en/of zinnen. Bovendien is deze methode nogal tijdrovend; er dienen steeds met de hand geschreven woordenlijsten te worden aangemaakt.

De Natural Method


Bedacht door wie en wanneer


De Natural Method, ook de Natural Approach (de ‘natuurlijke aanpak’) genoemd, is door de Amerikanen Tracy Terrell en Stephen D. Krashen ontwikkeld in 1983.

Kenmerken van de Natural Method


De Natural Method is gericht op een natuurlijke wijze van taalverwerving. Op de wijze waarop iemand als kind zijn of haar moedertaal leerde spreken, probeert de leermethode de taal aan te leren. Op die wijze leert men onbewust eveneens de taalregels van de vreemde taal. Alleen de doeltaal met de nodige visuele hulpmiddelen wordt hiervoor gebruikt. Het streven is een stressvrije leeromgeving voor de studenten. Een grote hoeveelheid begrijpelijke input wordt aan de studenten blootgesteld. De taalproductie mag spontaan ontstaan en wordt niet geforceerd. De methode legt de nadruk op communicatie en minder op het corrigeren van vormfouten en expliciete grammatica.

De methode heeft het meeste rendement als de lerenden in de te leren taal worden ondergedompeld. De leeractiviteiten die in de vreemde taal worden aangeboden, moeten stimulerend zijn, om te zorgen dat de studenten van de ervaringen kunnen genieten.

De Natural Method heeft vrij veel overeenkomsten met de Directe Methode. Het idee van natuurlijke taalverwerving is het uitgangspunt van beide methoden; het onderscheid tussen deze twee beide methoden is dat de Directe Methode meer de focus legt op de praktijk en de Natural Method meer op blootstelling aan taalinput en het verminderen van spreekangst.

Populariteit


Dat onderdompeling zeer effectief is, is vaak bewezen. De natuurlijke aanpak is een populaire wijze van lesgeven bij taaldocenten, doordat de methode betrekkelijk eenvoudig is om te begrijpen voor studenten. Maar er is eveneens kritiek op de Natural Method. De methode is vooral gericht op het impliciet leren van de grammatica van de vreemde taal. Studenten zouden inderdaad leren in de vreemde taal te communiceren, maar blijven hangen in een wat gebrekkige, vereenvoudigde versie van de taal door onvoldoende kennis van de grammatica van de te leren taal.

Voor- en nadelen van de Natural Method


Om op een natuurlijke manier een vreemde taal te leren, wordt prettig gevonden. De studenten wordt de kans geboden een persoonlijke band met de buitenlandse taal te krijgen. Omdat er niet ‘uit het hoofd geleerd hoeft te worden’, blijft het geleerde langer onthouden.

Het nadeel kan zijn dat het wat langer duurt voor er resultaat geboekt wordt, omdat er vrijwel geen druk op de taalproductie ligt. Ook bereidt de methode lerenden niet per se voor op een bepaald examen.

Structurele Aanpak


Bedacht door wie en wanneer


De ‘Structurele Aanpak’ (Engels: Structural Approach; ‘SA’) is door Charles Fries, oprichter en directeur van de English Language Institute aan de Universiteit van Michigan en één van zijn studenten Robert Lado in de begin jaren 50 ontwikkeld.

Kenmerken van de Structurele Aanpak (SA)


De Structurele Aanpak is een taalverwervingsmethode die als doel heeft om studenten vertrouwd te maken met de grammaticale en fonologische structuren van de taal. Het beheersen van deze structuren levert volgens de Structurele Aanpak meer op dan het verwerven van woordenschat. Het herkennen en kunnen toepassen van vaste woordcombinaties en groepen woorden in de juiste woordvolgorde is waar het bij de Structurele Methode om draait. Deze vaste combinaties van woorden worden in reële situaties middels dramatisering, visualisatie, handelingen en gezichtsuitdrukking aan de lerende aangedragen. De structuren die in de praktijk het vaakst in de doeltaal worden gebruikt, worden als eerste aan de taallerende aangeboden. De mondelinge vaardigheid (de luistervaardigheid en de spreekvaardigheid) wordt hierbij als eerste gebruikt; daaruit volgen de leesvaardigheid en de schrijfvaardigheid volgt daaruit. Bij het aanleren en verbeteren van de productieve vaardigheid (de spreekvaardigheid en de schrijfvaardigheid), krijgt de grammatica een belangrijke plek. De Structurele Aanpak wordt ook wel Structural-Situational Approach (structurele-situationele benadering) en de Structural-Oral-Situational Approach (structurele-mondeling-situationele benadering) genoemd.

Populariteit


In de jaren vóór 1970 werd de Structurele Aanpak toegepast op grote schaal om Engelse les te geven in Engelssprekende landen, voormalige Britse koloniën alsook in Maleisië.

Voor- en nadelen van de Structurele Aanpak


De sterke kant van een structurele aanpak is dat de studenten de taal op een nauwkeurige manier geleerd wordt. De student krijgt inzicht in de grammatica en leert in welke situaties woorden of woordcombinaties wel of niet passend zijn voor die situaties. De methode van de Structural Approach gebruikt alledaagse taal. Aan de Structural Approach kleven ook nadelen. Deze manier van werken is behoorlijk tijdrovend en zorgt niet direct voor succeservaringen. De eigen input van lerenden is gelimiteerd; het is weinig creatief.

Communicatief taalonderwijs (Engels: Communicative Language Teaching; CLT)


Bedacht door wie en wanneer


Het communicatief Taalonderwijs (In het Engels: Communicative Language Teaching; CLT), of ook wel ‘De Communicatieve benadering’ (In het Engels: Communicative Approach; CA) genoemd, is in de jaren zestig van de vorige eeuw ontstaan onder invloed van de ideeën van Noam Chomsky, die de nadruk op competenties bij het leren van een vreemde taal legde. Taalkundige Dell Hymes was in het jaar 1966 de grondlegger van het concept communicatieve vaardigheden.

Kenmerken van Communicatief taalonderwijs (CLT)


Het communicatief talenonderwijs gaat uit van de gedachte dat interactie de uiteindelijke doelstelling is van het leren van vreemde talen.

Middels CLT-technieken leren de met de doeltaal in praktijk te brengen door de interactie met de docent en onderling. Er wordt gebruikgemaakt van authentieke teksten, geschreven in de te leren taal of ander materiaal uit het dagelijks leven en/of de werksituatie. De doeltaal wordt zowel tijdens als buiten de les om gebruikt.

Studenten praten met medestudenten over persoonlijke gebeurtenissen en trainers dragen onderwerpen aan die buiten het gebied van de traditionele grammatica liggen, om de taalvaardigheid in verschillende realistische situaties te oefenen. Grammatica wordt inductief onderwezen, dat wil zeggen aan de hand van de praktijk, van waaruit de regel volgt.

Bij communicatief taalonderwijs is de taaldocent echt een trainer, die de student leert om in de vreemde taal te communiceren.

Populariteit


De CLT werd erg populair in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Dit kwam deels omdat de traditionele taalonderwijsmethodes niet heel succesvol bleken. Door de verdere eenwording van Europa kwam meer vraag om een vreemde taal te leren middels een methode die meteen kon worden toegepast.

Voor- en nadelen van Communicatief taalonderwijs


CLT (communicatief taalonderwijs) kent veel pluspunten. Studenten ‘kunnen’ al snel ‘iets’ in de te leren taal; het is functioneel en studentgericht. Door het gebruik van authentieke materiaal, leren de studenten de woorden die voor hen nodig zijn. CLT is efficiënt. Deze methode werkt stimulerend voor de lerenden omdat zij gauw succeservaringen hebben. Foutjes mogen worden gemaakt; al doende wordt de vaardigheid geleerd en geperfectioneerd. Een nadeel van deze communicatieve benadering is dat voor grammatica, woordenschat die niet meteen toepasbaar is en uitspraak minder aandacht wordt besteed. De voorbereiding en planning vragen veel tijd van de docent en van de lerenden vereist het een actieve deelname. Afhankelijk van welke achtergrond zij hebben, is voor bepaalde lerenden deze manier van leren ongebruikelijk of lastig. CLT (communicatief taalonderwijs) traint de taalvaardigheden; het gaat vooral om de functie en in mindere mate om de vorm en CLT biedt als zodanig geen samenhangend geheel.

Grammatica-/vertaalmethode (GVM) (Engels: Grammar-Translation Method; GTM)


Bedacht door wie en wanneer


In de 18de en de 19de eeuw was taalonderwijs vooral op praktisch taalgebruik gericht. Men leerde om gebruiksklare zinnen, idiomatische uitdrukkingen, dialogen, lijsten met woorden etcetera na te spreken, uit het hoofd te leren en op te zeggen. Een Duitse docent Frans en Italiaans en eveneens schrijver van lesboeken; Johann Valentin Meidinger, deed dit op een andere manier. Rond het jaar 1783 ontwikkelde hij een leermethode waarbij de grammatica centraal stond. Meidinger wordt als grondlegger gezien van de zogenaamde grammatica-vertaalmethode (In het Engels: Grammar-Translation Method; GTM).

Kenmerken van de Grammatica-/vertaalmethode (GVM)


Deze methode was gebaseerd op het onderwijs in het Latijn, wat de taal van de wetenschap, de cultuur en de religie was. Uiteraard was het onderwijs in het Latijn gericht op geschreven teksten van de klassieke schrijvers en volledig gericht op de grammatica en het vertalen. Deze aanpak werd als degelijk en wetenschappelijk gezien. De Grammatica-/vertaalmethode (GVM) gaat uit van de analyse van de taalvormen en de taalstructuren waarbij de lerende inzicht ontwikkelt. De lees- en schrijfvaardigheid dus belangrijk bij deze methode. Literatuur, vertalen en uit het hoofd leren van woordenlijsten krijgen de nadruk. De docenten dragen de kennis over, de lerende memoriseert.

Populariteit


De grammatica-/vertaalmethode heeft tot vrij recent een grote invloed op het talenonderwijs gehad, ondanks dat reeds sinds halverwege de negentiende eeuw ook tegengeluiden te horen waren.

Voor- en nadelen van de Grammatica-/vertaalmethode


Aan mensen die het een uitdaging vinden om dingen uit het hoofd te leren, biedt deze grammatica-/vertaalmethode biedt een aardige mentale training. Ook biedt de methode inzichten in de structuur, door de nadruk die op de grammatica gelegd wordt.

De grammatica-/vertaalmethode heeft echter meer keerzijden dan positieve kanten. De grootste keerzijde is dat de spreek- en luistervaardigheid ver achterblijft, waardoor de taal zelfs na jaren studie weinig mondeling kan worden toegepast. Deze methode staat ver van het dagelijks gebruik van de vreemde taal af, ook in de context die wordt aangeboden, omdat het meestal om literair taalgebruik gaat. Bij het werken in een groep geeft deze leermethode niet de mogelijkheid tot differentiatie of tot een eigen creatief proces bij de studenten. De student fungeert slechts als toehoorder en uitvoerder.

Onderdompeling (Engels: immersion)


Bedacht door wie en wanneer


Sinds de jaren 70 wordt de leermethode ‘onderdompeling’ (In het Engels: language immersion) wereldwijd gebruikt, voornamelijk op de middelbare school waarbij een schoolvak (zoals wiskunde) wordt onderwezen in een vreemde taal. In Nederland is ‘onderdompeling’ ook wel bekend als de leermethode die toegepast wordt bij Taleninstituut Regina Coeli, ook wel ‘de nonnen van Vught’ of liefkozend ‘de nonnetjes (van Vught)’ genoemd. De methode is daar in 1963 ontstaan met Franse nonnen die Franse taalles aan welgestelde vrouwen uit Vught gaven.

Kenmerken van onderdompeling


Onderdompeling zorgt ervoor dat degenen die de taal leren, direct vanaf het eerste moment is omgeven door de te leren taal. Alle instructies vinden in de doeltaal plaats; in het begin langzaam en met veel herhalingen, later op een meer natuurlijke wijze. De lerenden worden ook vanaf het begin uitgedaagd om in de nieuwe taal te spreken. De methode werkt met simulaties en rollenspellen. Op onderwijsinstellingen die met onderdompeling werken, wordt veelal de leeromgeving in de stijl van de doeltaal ingericht om een situatie te creëren alsof de studenten in het land zijn waar de te leren taal wordt gesproken. De lerenden oefenen het spreken één-op-één of in een klein groepje. Daadwerkelijk naar het land van de doeltaal reizen en daar bijvoorbeeld in een gastgezin verblijven, is een andere manier om onderdompeling te bereiken.

Populariteit


Onderdompeling wordt gezien als een zeer goede methode om een vreemde taal te leren. Vooral de mondelinge taalvaardigheid kan zeer goed worden aangeleerd op deze manier.

Voor- en nadelen van onderdompeling


Doordat de methode zo intensief is, is het wezenlijke voordeel dat deze methode snel resultaten laat zien. Omdat de student wordt erdoor omgeven, is het een kwestie van ‘sink or swim’; hij of zij moet echt in de doeltaal gaan communiceren. De lerenden zijn in principe 24 uur per dag aan het leren. In een groep versterkt het samen oefenen de sociale interactie. Studenten ervaren dit als motiverend.

Een nadeel is dat de bereikte resultaten niet altijd vastgehouden wordt. Als iemand in een vrij korte tijd een nieuwe taal leert, door in het land van de doeltaal te zijn of door in een kunstmatig gecreëerde omgeving te zijn ondergedompeld, maar vervolgens weer tot de orde van de dag overgaat, is de kans groot dat het nieuw geleerde snel wegzakt. Een ander nadeel van de leermethode kan zijn dat een dergelijke taaltraining erg intensief is. Niet alle lerenden hebben genoeg conditie om deze leermethode vol te houden.

Suggestopedie (Suggestopedia)


Bedacht door wie en wanneer


Suggestopedia is een methode om vreemde talen te leren die is ontwikkeld. De methode is ontwikkeld door de Bulgaarse psychotherapeut Georgi Lozanov.

Kenmerken van Suggestopedie


Suggestopedia is op de kracht van de suggestie gebaseerd. Lozanov was van mening dat positieve suggestie een voorwaarde is om (een vreemde taal) te leren. Een ontspannen sfeer alsook een wederzijds vertrouwen tussen de docent en studenten zijn hiervoor van essentiële betekenis. Dat de studenten zich veilig voelen en ontspannen zijn, is de voorwaarde. Leslokalen met rijopstellingen waren uit den boze om dit te bewerkstelligen. De studenten zaten in comfortabele stoelen tijdens de les die in een halve cirkel opgesteld waren en er was altijd achtergrondmuziek in de klas. De leermethode die Lozanov voorstond, bestond uit het voorlezen van verschillende teksten, terwijl op de achtergrond natuurgeluiden waren te horen of klassieke muziek werd gespeeld. Er bestonden woordenlijsten bij deze teksten en opmerkingen over de grammatica. Het voorlezen gebeurde met gebaren alsook veel expressies in stem. Zo werden studenten overgehaald om te luisteren en ze konden de nieuwe woorden gemakkelijk begrijpen en opnemen. In de lessen was veel aandacht voor cultuur en kennis over het land van de vreemde taal. Er werden rollenspellen gespeeld en er bijvoorbeeld streekgerechten werden gemaakt en gegeten.

Populariteit


De leermethode Suggestopedie was enigszins omstreden en de leermethode is in de vergetelheid geraakt. Een aantal elementen van de methodiek wordt nog steeds toegepast, bijvoorbeeld het gebruikmaken van stemexpressie en gebaren bij het lezen van teksten in de vreemde taal.

Voor- en nadelen van Suggestopedie


Suggestopedia creëert een veilige en ontspannen sfeer, waardoor de student minder last van faalangst of frustratie zal hebben. Deze sfeer kan voor een immigrant aan een positieve associatie met het nieuwe thuisland bijdragen. Muziek werkt vaak motiverend en draagt bij aan betere leerprestaties. Dat de lerenden gestimuleerd worden om actief mee te doen en zich in de situaties in te leven, wat voor een aantal mensen een nieuwe ervaring is, is een ander voordeel van de methodiek. Tegelijkertijd is dit voor bepaalde lerenden een keerzijde, omdat niet iedereen hiertoe in staat is. Ook kan muziek bij sommige lerenden afleiden en verstorend werken in plaats van stimulerend en ontspannend. Dat de verhouding tussen de docent en de student niet echt gelijkwaardig is, is een ander zwak punt; alle inbreng komt van de kant van de docent waarbij de student steeds de ontvangende partij is.

Community Language Learning (CLL)


Bedacht door wie en wanneer


De Amerikaanse priester en psycholoog Charles Curran en professor Paul La Forge ontwikkelden in het jaar 1976 Community Language Learning, ook wel Counseling Language Learning
of CLL genoemd.

Kenmerken van Community Language Learning (CLL)


CLL (Community Language Learning) is een methode om een taal te leren waarbij studenten samenwerken om te bepalen welke aspecten van de taal zij willen leren. Deze methode baseert zich op de counseling-benadering waarbij de docent als counselor fungeert die de zinnen van lerenden kenschetst. De lerenden starten het gesprek. Zij spreken in hun moedertaal als de studenten de te leren taal nog onvoldoende machtig zijn. De docent geeft uitleg en vertaalt, waarna de studenten de uitspraken van de docent zo nauwkeurig mogelijk herhalen. De gesprekken worden opgenomen om opnieuw te beluisteren.

Community Language Learning bevordert het gemeenschapsgevoel in de leergroep en de methode beschouwt de wisselwerking tussen de studenten als middel om de taal te leren. Het zijn de studenten zelf die de lesstof bepalen aan de hand van betekenisvolle gesprekken. Er is geen leerboek dat gevolgd wordt.

Populariteit


Of CLL succesvol is, is in hoge mate afhankelijk van de kunde van de docent-counselor. Bij deze methode dient de docent sociaal-cultureel kundig alsook taalkundig onderlegd te zijn. Hij of zij dient zowel de doeltaal als de moedertaal van de lerende uitstekend te beheersen om de taaluitingen van de lerende te kunnen vertalen. De methode kan prima functioneren als deze correct wordt gebruikt. Deze methode is niet geschikt voor grote klassen.

Voor- en nadelen van Community Language Learning


CLL biedt studenten veel autonomie. Het analyseren van de eigen gesprekken vinden studenten vaak zinvol. De groep wordt vaak zeer hecht, niet alleen tijdens de lessen, maar ook daarbuiten. Met de methode van Community Language Learning worden studenten zich veel bewuster van anderen in hun groep, hun sterke en minder sterke punten en ze leren om te werken als team. Het bespreken door hun fouten en het evalueren van de les is heel leerzaam voor de studenten. Zulke verbeteringen blijven vaak in het geheugen gegrift en worden onderdeel van de actieve woordenschat van studenten.

Het kan een keerzijde zijn dat de docent niet sturend is, ondanks dat sommige studenten wel sturing nodig hebben. Bij CLL wordt geen lesboek gebruikt en eveneens geen toetsen gehouden. Daardoor is het succes lastig te meten. Een aantal lerenden wordt in hun spreken geremd als zij opgenomen worden.

Lexicografische benadering (Engels: Dynamic Lexicographic Approach; DLA)


Bedacht door wie en wanneer


De Lexicografische benadering (In het Engels: Lexical Approach; LA) is een methode om vreemde talen te leren ontwikkeld door Michael Lewis in het begin van de jaren 90 van de vorige eeuw.

Kenmerken van de Lexicografische benadering (DLA)


De lexicografische benadering gaat uit van het idee dat een belangrijk deel van het leren van een vreemde taal bestaat uit het begrijpen en produceren van ‘lexicale eenheden’, brokjes taal die bestaan uit woorden, woordcombinaties alsook uitdrukkingen. Lerenden verwerven al doende inzicht in patronen van de te leren taal (grammatica) en betekenisvolle groepen met woorden. Zo wordt geleerd de taal ‘in het echt’ gebruikt wordt. In deze benadering neemt de woordenschat een grotere plaats in dan de grammatica. De instructies zijn op situaties en uitdrukkingen gericht die regelmatig voorkomen in dialogen. Er wordt aandacht besteed aan interactie maar ook aan exposure; aan de receptieve vaardigheden van de lerende (luisteren en begrijpen, lezen en begrijpen). Er is veel ruimte voor het zelf ontdekken van de taal.

De rol van de taaldocent is voor genoeg inbreng te zorgen en het faciliteren van het leerproces van de lerenden.

Populariteit


In de laatste drie decennia zijn door de ideeën over taal van (onder meer) Michael Lewis de leerboeken aanmerkelijk veranderd. Er is veel meer aandacht voor woordenschat van de te leren taal die aangeboden wordt in zogenaamde chunks, in betekenisvolle brokjes. Een vergaande omwenteling in de wijze waarop een vreemde taal wordt onderwezen, waar Michael Lewis streefde, is er echter niet van gekomen.

Voor- en nadelen van de Lexicografische benadering


Studenten leren de vreemde taal op een heel natuurlijke manier te gebruiken door het werken met ‘chunks’ (brokjes van de vreemde taal); met ‘echte’ taal. Zo ontstaat souplesse in het het gebruik van de taal.

Dat de werkelijkheid altijd weer afwijkend is van de aangeleerde taalsituaties, is de keerzijde van deze methode. Sommige lerenden hebben meer aan een trainer die hen de weg wijst, dan aan een docent-facilitator omdat ze meer moeite hebben met het zelf leren herkennen van de patronen van de taal.

Series Method


Bedacht door wie en wanneer


De Series method, ofwel ‘seriemethode van taalverwerving’ is in het jaar 1880 door de Franse taaldocent François Gouin ontwikkeld.

Kenmerken van de Series Method


De seriemethode (The Series Method of language acquisition) van Gouin gaat uit van een serie verbonden zinnen die eenvoudig te begrijpen zijn en niet veel kennis vereisen van grammatica. Op basis van een handeling, zoals het verlaten van een huis in de volgorde waarin deze zou worden uitgevoerd, leren studenten zinnen. Deze series of reeksen behandelden onderwerpen als de mens in de samenleving, wetenschap en beroep, het leven in de natuur, ontwikkeld vanuit het onderscheid tussen objectief, subjectief en figuurlijk gebruik van de taal. In de François Gouin-serie wordt geen moedertaal gebruikt. Het betreft een soort eentalige manier van taalverwerving, die niet van ‘vertalen’ en ‘uitleggen’ uitgaat maar van ‘demonstreren’ en ‘handelen’, waardoor studenten al gauw in de nieuwe taal gaan denken.

Populariteit


De seriemethode van Gouin was zijn tijd ver vooruit. De seriemethode van Gouin was enige tijd succesvol, ondanks de vrij ongewone aanpak. De leermethode werd echter door Maximilian Berlitz’ Directe Methode overschaduwd.

Voor- en nadelen van de Series Method


Door de Series method van Gouin worden de mondelinge vaardigheden van de studenten sterk ontwikkeld en het creëert een sfeer in de taalles die harmonieus, natuurlijk en gelijkwaardig is.

De leermethode creëert levendig taalonderwijs. Doordat het gebruikmaakt van visueel leermateriaal, zoals afbeeldingen, grafieken, enzovoort, wekt dit soort onderwijs enthousiasme bij de studenten op. Het leren wordt tastbaar; dit was totaal nieuw. De methode maakt de lerenden nieuwsgierig, wat goed werkt om het leergeheugen te ontwikkelen, de druk om te presteren te verminderen alsook het zelfvertrouwen te verhogen. De methode van François Gouin stimuleert de communicatieve competenties van de studenten sterk.

De leermethode van Gouin heeft als nadeel dat taal die wat meer abstract of subjectief is, wat moeilijk met bewegingen en expressies in één concrete ervaring kan worden gevangen. Een ander van de methode van François Gouin is de bewerkelijkheid voor de taaldocent, die een hele reeks aan series moet voorbereiden. Als derde punt is de Gouin-seriemethode vooral gericht op het mondelinge taalgebruik, terwijl het onderwijssysteem nog vaak draait om examens die de lees- en schrijfvaardigheden toetsen.

Task-Based Language Teaching (TBLT)


Bedacht door wie en wanneer


Task-Based Language Teaching (Taakgericht taalonderwijs) is ontwikkeld in de jaren 80 van de vorige eeuw. De grondleggers waren de Indiase taalkundige professor N.S. Prabhu, de Amerikaanse hoogleraar Teresa P. Pica en de Britse hoogleraren Graham Crookes en Michael Hugh Long.

Kenmerken van de Task-Based Language Teaching (TBLT)


Taakgericht taalonderwijs past binnen het Communicatief Taalonderwijs/een Communicatieve Benadering. Het principe erachter is dat het verwerven van de te leren taal geen op zichzelf staand doel, maar een hulpmiddel om specifieke taken uit te kunnen voeren. Lerenden krijgen verschillende motiverende taken aangeboden, waarvoor taalkennis nodig is. Voor het goed uitvoeren van deze taken, is het nodig dat zij over taalregels en woordenschat beschikken. De taken zijn zaken uit het dagelijks leven, bijvoorbeeld e-mails schrijven, boodschappen doen, bellen met een klantenservice, de krant lezen of een drankje bestellen. De taak wordt in drie verschillende fasen verdeeld: vóór, tijdens en na de taak, waarbij de lerenden zich eerst voorbereiden op de taak, de opdracht vervolgens uitvoeren en tot slot hierop terugblikken. Studenten moeten samenwerken om de taken uit te voeren. Om leereffect te hebben, moeten de taken net boven het niveau van de lerenden liggen.

Populariteit


Task-Based Language Teaching (TBLT) heeft aan populariteit gewonnen vanaf de vroege jaren 90 en zeker in het taalonderwijs. De leermethode lijkt de meest bruikbare vorm te zijn voor het verbeteren van de taalvaardigheden bij de studenten (voornamelijk de studenten in een achterstandspositie) in het lager en secundair onderwijs.

Voor- en nadelen van Task-Based Language Teaching


Het taakgericht taalonderwijs heeft duidelijke voordelen. Het is een activerende werkwijze, waarbij de studenten worden uitgedaagd om hun taalvaardigheden te gebruiken. Zolang de taak goed bij de lerende aansluit, is de leermethode een op de persoon gerichte, relevante en efficiënte aanpak. Studenten komen op een natuurlijke, dagelijkse wijze in aanraking met de taal en leren op deze manier authentieke woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen. Daarnaast leren studenten om met andere studenten samen te werken. De lerenden ervaren taakgericht onderwijs als plezierig en motiverend.

Dat de communicatie voorop staat en niet zozeer de correcte vorm, waardoor de lerenden die niet zozeer precies leren, kan als keerzijde genoemd worden.

De Dogme benadering (Engels: Dogme Language Teaching; Dogme ELT)


Bedacht door wie en wanneer


Scott Thornbury; een Nieuw-Zeelandse linguïst en docententrainer op het gebied van Engels taalonderwijs ontwikkelde in het jaar 2000 Dogme Language Teaching/Dogme ELT (de ‘Dogmabenadering’).

Kenmerken van de Dogme benadering (ELT)


De inspiratie voor Dogme Language Teaching (DLT) was ‘Dogme 95’; de stroming van een groep van filmmakers uit Denemarken onder wie Deense filmregisseur Lars von Trier uit het jaar 1995. Voor het maken van films confirmeren de deelnemers zich aan tien strikte regels (dogma’s). Deze vormen samen ‘de eed van zuiverheid’ (Deens: kyskhedsløfter; Engels: Vows of Chastity). Bij het Dogme-taalonderwijs is iets soortgelijks aan de hand. De aanhangers van de Dogme-onderwijs van vreemde talen zoeken naar een vorm van communicatief onderwijs van vreemde talen die niet door voorgedrukt materiaal belast is. Het doeleinde van de Dogme-methode is het beginnen van echte gesprekken over praktische onderwerpen. Hierbij draait het om communicatie als inspirator van het leren. De Dogme-benadering is daarom een communicatieve werkwijze van het onderwijs, die taalonderwijs biedt zonder het gebruik van lesboeken of overig lesmateriaal en zich in plaats daarvan op de communicatie tussen de student en de taaldocent focust. Het Dogme-taalonderwijs kent, net als de Dogme-beweging in de film, 10 uitgangspunten (dogma’s).

Populariteit


Ondanks dat onderzoek naar het succes van Dogme beperkt is, stelt Scott Thornbury dat de overeenkomsten met het taakgericht leren van een taal suggereren dat Dogme waarschijnlijk tot vergelijkbare resultaten leidt.

Voor- en nadelen van de Dogme benadering


Een positieve bijkomstigheid voor de docent is dat voorbereiding vrijwel niet nodig is. Het kan erg motiverend werken dat de studenten de verantwoording dragen voor hun eigen leerproces. Zo is de taalles nooit voorspelbaar. Dit creëert spontane communicatie en dat de verveling niet toeslaat. Vrijwel elk item kan worden besproken in een les volgens de Dogme-benadering. Het houdt lerenden alert en betrokken.

Daartegenover staat dat lerenden zich iets ongemakkelijk kunnen voelen als ze zo weinig door de trainer bij de hand genomen worden. Ook is niet elke taaldocent voldoende flexibel voor dit type onderwijs. Een keerzijde kan zijn dat de studenten zich vaak op een bepaald examen moeten voorbereiden en het niet zeker is dat de daarvoor benodigde stof wordt behandeld tijdens de lessen.

Growing Participator Approach (GPA)


Bedacht door wie en wanneer


The Growing Participator Approach (GPA) is ontwikkeld in 2007 door Language consultants Angela en Greg Thomson.

Kenmerken van de Growing Participator Approach (GPA)


De GPA-methode geldt als een alternatieve visie op het verwerven van een vreemde taal. Dat taal en cultuur niet los van elkaar kunnen worden gezien, is de primaire aanname van de GPA. Het gaat bij GPA om veel meer dan alleen het verwerven van de taal; het doel is uitgroeien tot een volwaardige deelnemer aan het leven in de gastcultuur. Daarom hanteert GPA de benamingen ‘groeiende deelnemers’ in plaats van ‘taallerenden’ en ‘verzorger’ in plaats van ‘docenten of leraren’. De GPA heeft gelijkenissen met, en is gedeeltelijk gebaseerd op, de Natural Approach (natuurlijke aanpak) van Stephen Krashen en Tracy Terrell.

De methode kent zes fasen van activiteiten. De lerende en een verzorger uit de gastcultuur voeren deze activiteiten uit. Begrip is belangrijker dan productie. Woordenschat alsook cultuur krijgen de nadruk. Fase 1 van de methode is de zogenaamde hier-en-nu-fase. Deze neemt ongeveer 100 uur in beslag. De ‘groeiende deelnemer’ focust zich in fase 1 op het luisteren en het geven van non-verbale feedback.

Fase 2 van de leermethode is de verhaalopbouwfase. Deze neemt ongeveer 150 uur in beslag en nu begint de deelnemer de vreemde taal ook te produceren. In fase 3 ligt de nadruk op ‘gedeelde verhalen’. Dit zijn verhalen die over dagelijkse gebeurtenissen gaan, verhalen die tussen culturen worden gedeeld en verhalen die over gedeelde ervaringen gaan. Fase 4 is de fase van het zogenaamde ‘diepe delen’. De deelnemers en verzorgers beginnen nu diepere gesprekken te voeren over het leven in de ontvangende cultuur. In fase 5 beginnen de deelnemers zich te richten op het taalgebruik van moedertaalsprekers door middel van films, televisie, nieuws of literatuur. De taal die voor het werk vereist is, wordt ook geleerd. Fase 6 van de leermethode is de ‘zelfvoorzienende groeifase’. Deze fase kent geen eindpunt. Hier gaat het om de groei naast de formele taalsessies.

Populariteit


Er is nog niet veel bekend over het succes omdat de leermethode van Thomson nog redelijk nieuw is. De deelnemers zijn er in elk geval enthousiast over.

Voor- en nadelen van de Growing Participator Approach


De GPA-methode biedt een duidelijke doorkijk op het proces van de taalverwerving. Deze zes afzonderlijke fasen van de methode bieden een duidelijk tijdspad en realistische doelstellingen. Er wordt door de lerende niet alleen kennis verworven van de taal, maar ook van de omgeving en de lerenden verwerven eveneens een nieuw sociaal netwerk.

Een keerzijde van deze methode is dat voor elke deelnemer of tenminste elke kleine groep deelnemers een ‘verzorger’ moet worden gevonden die bereid is om behoorlijk veel tijd te investeren.

Shadowing Technique


Bedacht door wie en wanneer


De Shadowing technique of Shadowing (‘schaduwen’) is bedacht in de vroege jaren 2000 door de Amerikaanse taalkundige en polyglot Prof. Alexander Argüelles.

Kenmerken van de Shadowing Technique


De techniek van Shadowing is een methode die taallerenden zelfstandig kunnen toepassen om de intonatie en uitspraak te verbeteren en vloeiendheid in het spreken te verwerven. Deze techniek werkt eigenlijk eenvoudig: de lerenden luisteren naar een audio-opname, bij voorkeur een dialoog en zij herhalen wat zij horen. Het gaat in de eerste plaats om de klanken; de tekst in de doeltaal ook begrijpen is niet belangrijk. Het luisteren en daarna herhalen oefent men net zo vaak totdat het gemakkelijk gaat en de student simultaan kan spreken met de opname. De lerende gebruikt na enige tijd een transcript om te kunnen lezen (en begrijpen) wat hij of zij heeft gezegd. Veel lesboeken zijn geschikt voor deze techniek, zolang de boeken dialogen bevatten of stukken samenhangende tekst. De audio-opnames dienen idealiter wat boven het niveau van de lerenden te zijn. De ideale lengte van een audio-opname is ongeveer één pagina, op natuurlijke snelheid en zonder kunstmatige pauzes in te lassen. Argüelles raadt aan om te lopen tijdens het spreken, liefst in de buitenlucht, en niet te zitten, omdat lichamelijke beweging de opname versterkt van de vreemde taal in het zenuwstelsel. Dat de studenten minder snel worden afgeleid als zij in beweging zijn, zodat het werken aan de taal een stuk effectiever gaat, is een andere grond.

De shadowing-techniek vertoont veel overeenkomsten met de audiolinguale methode uit de twintigste eeuw, maar het onderscheid is dat de audiolinguale methode gebruikmaakte van grammaticale drills in plaats van dialogen of samenhangende tekst. Bij de Shadowing-methode is ook simultaan spreken anders.

Populariteit


De afgelopen jaren is veel onderzoek naar Shadowing gedaan waarin is aangetoond dat de techniek zowel de uitspraak als de luistervaardigheid aanzienlijk verbetert. Maar eveneens het algemene begrip van de doeltaal wordt vergroot.

Voor- en nadelen van de Shadowing Technique


Het praktische pluspunt van Shadowing dat het in een groep van studenten kan worden gebruikt, waarbij alle deelnemers actief leren. De methode heeft een hoog rendement.

De Shadowing-methode heeft als keerzijde is dat student het soms een beetje saai kan kunnen vinden om dezelfde tekst te blijven herhalen. De tekst kiezen is dus heel belangrijk.

Total Physical Response (TPR®)


Bedacht door wie en wanneer


De Amerikaanse psycholoog James J. Asher ontwikkelde in de jaren 60 van de vorige eeuw de taalverwervingsmethode Total Physical Response, ook wel TPR® genoemd.

Kenmerken van Total Physical Response (TPR®)


TPR® is een methode om een vreemde taal te leren die uitgaat van het idee dat mensen leren met behulp van handelingen en beweging. Al doende leert men, en wel op de manier zoals een kind de moedertaal leert. Ouders geven hun jonge kinderen voortdurend opdrachten en belonen hen als ze die uitvoeren (“kijk naar mama”, “goed zo”). “Pak de lepel”, “Mooi!”, “Trek je schoentjes maar aan”, enz.). In de eerste instantie is het de bedoeling dat de kinderen begrijpen wat de ouders zeggen, de kinderen gaan in een later stadium verbaal reageren. De luistervaardigheden vormen dus de basis, daarna volgen de spreekvaardigheden.

TPR® past deze grondslagen van de moedertaalverwerving versneld toe bij het leren van een vreemde taal. De taaldocent geeft op een begrijpelijke en vriendelijke manier opdrachten, bijvoorbeeld: “pak het boek” en doet zelf de opdrachten voor; de lerenden doen na. Aanvankelijk wordt nog niet verwacht van de lerenden dat ze spreken; de lerenden geven in een later stadium de opdrachten. Bekende opdrachten worden verder uitgebreid of gedeeltelijk gewijzigd.

Door de combinatie van bewegingen en spraak, appelleert TPR® aan de beide hersenhelften. Op deze manier kost het minder moeite om dingen te leren en het geleerde beklijft ook beter.

Populariteit


De methode van TPR® wordt met name binnen het NT2-onderwijs toegepast (Nederlands als tweede taal), zeker bij beginners en ook wel op de basisschool bij Engels. Maar middelbare scholieren of volwassenen werken eveneens met plezier met Total Physical Response en behalen goede resultaten.

Voor- en nadelen van Total Physical Response


Total Physical Response heeft veel voordelen. Doordat de student veel begrijpelijke inbreng krijgt aangeboden in ‘chunks’ (woorden die bij elkaar horen), krijgt hij of zij snel begrip van de doeltaal. De leermethode van Total Physical Response zorgt voor een snelle succeservaring, wat het plezier in het leren bevordert. Het zorgt een stressvrij leerproces. TPR® is in principe geschikt voor elke doelgroep, ongeacht achtergrond of leeftijd en deze leermethodiek kan ook in wat grotere klassen worden ingezet. De geleerde taal wordt direct opgeslagen in het langetermijngeheugen van de studenten.

Het minpunt van TPR® is dat niet elke taaluiting in TPR®-taken uit te drukken is. Dit is de reden dat de methode tot op een bepaald taalniveau werkt en daarnaast een andere methode (ter aanvulling) nodig is. Ook is de leermethodiek niet erg creatief. De student leert niet zijn of haar meningen, gevoelens en ideeën uit te drukken.

De Directe Methode (Engels: Direct Method; DM)


Bedacht door wie en wanneer


De Duits-Amerikaanse taalkundige Maximilian Delphinius Berlitz (geboren als David Berlizheimer) bedacht eind jaren 80 van de negentiende eeuw de Directe Methode, ook wel ‘de natuurlijke benadering’ genoemd. De methode is als antwoord op de dominante grammatica-vertaalmethode ontwikkeld.

Kenmerken van de Directe Methode (DM)


Er sprake van een Reformbeweging omstreeks 1900 met nieuwe visies over talen leren dat zelfontdekkend en inductief diende te zijn. De Reformbeweging betrof overigens niet alleen het leren van een taal, maar eveneens natuurgeneeskunde, voeding, kleding en naturisme. Omstreeks 1900 streefden de mensen, net als in de jaren 60 van de vorige eeuw, naar meer natuurlijke leefwijzen en een bevrijding van keurslijven. In het taalonderwijs werd nu veel aandacht besteed aan de gesproken, ‘levende’ taal. Hierbij werd de grammatica meer inductief aangeleerd, met voorbeeldzinnen. De taalregels moesten de lerenden hieruit afleiden. Er waren veel mondelinge oefeningen en met veel aandacht voor de uitspraak van de taal. De studenten werden gestimuleerd vaak te spreken. Het was ook nieuw dat de les in de vreemde taal werd gegeven. Er werd nadrukkelijk niet vertaald in de les. Door middel van plaatjes en voorbeelden werd de woordenschat van de doeltaal aangeleerd. Studenten brachten zelf abstracte vocabulaire aan voor het associëren van ideeën.

Populariteit


Mede onder invloed van de oorlogen en crises ebde deze golf van vernieuwing van het begin van de twintigste eeuw weg, om in de jaren zestig weer in een andere vorm terug te komen.

Taleninstituten zoals Berlitz en Interlingua werken nog altijd met een (moderne versie van) de Directe Methode.

Voor- en nadelen van de Directe Methode


Het belangrijke pluspunt van de Directe Methode is dat deze methode een vrij natuurlijke manier is om een taal te leren. Bij de Directe Methode wordt veel aandacht besteed aan luisteren en spreken, waardoor lerenden vloeiendheid in de vreemde taal en zelfvertrouwen ontwikkelen. De leermethode heeft echter eveneens nadelen. Voor schrijfvaardigheid is bij deze methode veel minder aandacht en voor lezen in de doeltaal ook minder. Voor studenten die verder meer gevorderd zijn, biedt deze leermethode niet genoeg uitdaging. De Directe Methode is eveneens niet heel geschikt voor minder snel lerende studenten, doordat deze methode een dynamische inzet van de kant van de studenten verwacht.

De Manesca-methode (Engels: Manesca Method)


Bedacht door wie en wanneer


Jean Manesca publiceerde in 1835 An Oral System of Teaching Living Languages Illustrated by a Practical Course of Lessons in the French through the Medium of the English (“Een mondelinge methode voor het onderwijzen van levende talen, aan de hand van een praktische cursus Frans door middel van het Engels”). In 2015 is An oral system of teaching living languages in herdruk gegaan.

Kenmerken van de Manesca-methode


De Manesca-methode is gebaseerd op hetzelfde principe als de Natural Approach (‘natuurlijke aanpak’): de beste manier om een taal te leren, is die kinderen hun moedertaal leren. Een vreemde taal leren dient veilig en gemakkelijk te zijn. Om die reden wil Manesca niet met abstracte lijstjes en regels met woorden werken die uit het hoofd geleerd dienen te worden.

De Manesca-methode geldt als de eerst bekende, volledige taalcursus. De Manesca-methode is op het werken met een groep van lerenden en een taaldocent gebaseerd, die steeds één nieuw woord tegelijk introduceert. Bij elk woord hoort een bepaalde beweging. De studenten herhalen daarna na elkaar het woord en deze beweging. Deze herhaling helpt de studenten de woorden te onthouden, zonder dat uit het hoofd geleerd hoeft te worden. Stap voor stap vormen deze woorden zo zinnen en weer variaties op de zinnen. De spelling wordt in een later stadium met leesteksten aangeboden.

De Manesca-methode is al een aantal jaren later overgenomen en aangepast door Heinrich Gottfried Ollendorff en staat ook wel als de Ollendorff-methode bekend.

Populariteit


Jean Manesca overleed twee jaar na de publicatie van zijn methode. Het werk van Manesca is door anderen opgepakt en verder ontwikkeld, onder meer door Ollendorff. Veel van de ideeën van Manesca zijn nog actueel en worden nog altijd in het moderne vreemdetalenonderwijs gebruikt.

Voor- en nadelen van de Manesca-methode


De sterke kant van de Manesca- of Ollendorff-methode is het combineren van spreken en bewegen, waardoor het fysieke geheugen wordt aangesproken en de geleerde stof gemakkelijker en langduriger kan worden onthouden. Wat daar eveneens aan bijdraagt, is het veelvuldige herhalen. Het feit dat dit wat saai wordt om steeds dezelfde woorden en zinnen te blijven herhalen, kan een minpunt zijn.

Silent Way


Bedacht door wie en wanneer


The Silent way (‘de stille manier’) is ontwikkeld door de Egyptenaar Caleb Gattegno in 1963.

Kenmerken van de Silent Way


The Silent Way is een manier om een taal te leren die gebruikmaakt van stilte als instructiemiddel. De autonomie van de lerende en diens actieve deelname is het uitgangspunt van Gattegno’s methode.

De trainer gebruikt een combinatie van gebaren en stilte om de aandacht te trekken van de lerende, reacties uit te lokken en de lerende aan te moedigen om fouten te verbeteren. Aan de uitspraak wordt veel tijd besteed.

Caleb Gattegno, die van oorsprong wiskundige was, hechtte er veel waarde aan om onderwijs te geven op een manier die efficiënt voor de voorraad energie van de lerenden was. Hij ontdekte dat het in verhouding weinig energie kost om een visueel of auditief beeld te onthouden, veel minder dan wanneer studenten proberen iets uit het hoofd te leren. Caleb Gattegno verklaarde dat trainers niet zozeer naar het overbrengen van kennis zouden moeten streven, maar het bewustzijn aan dienen te boren, want alleen het bewustzijn maakt het mogelijk om dingen te leren.

The Silent Way gebruikt onder andere staven met verschillende kleuren, die kunnen worden gebruikt voor allerlei dingen. De leermethodiek maakt eveneens gebruik van Words in Colour. Words in Colour is een kleurenkaart voor geluiden waarbij elke kleur voor een bepaalde klank van de taal staat, gekleurde woordgrafieken voor het werken aan zinnen en gekleurde grafieken die gebruikt worden om spelling te leren.

Populariteit


Hoofdzakelijk bij het aanleren van de uitspraak van de doeltaal zijn Caleb Gattegno’s ideeën wel van betekenis geweest, hoewel de Stille Manier in zijn oorspronkelijke vorm niet veel wordt toegepast.

Voor- en nadelen van de Silent Way


De sterke kant van de methode van Caleb Gattegno is dat zijn methodiek niet-bedreigend is voor de lerende, die immers wordt beschouwd als autonoom. De taaltrainer is in principe dienstbaar aan de lerende, niet omgekeerd. De leermethodiek van The Silent Way stimuleert het leren op een natuurlijke manier. Het geleerde wordt over het algemeen goed verwerkt en onthouden door lerenden uit te dagen nieuwe dingen te ontdekken. De lerende ‘mag’ foutjes maken, wat bijdraagt aan het leerproces.

Dat sommige lerenden intensievere begeleiding nodig hebben dan de methode voorstaat, kan een minpunt zijn. De lerenden worden mogelijk gefrustreerd door het gebrek aan input van de docent. Met kleuren en grafieken werken, heeft als beperking dat ‘het nieuwe’ er vrij snel af gaat. Hierdoor kan verdwijnen het effect van de methode.

TPR Storytelling


Bedacht door wie en wanneer


TPR Storytelling of afgekort ‘TPRS’ houdt in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. De methode van TPR Storytelling is door Blaine Ray ontwikkeld in 1990, van oorsprong een Amerikaanse docent Spaans, en komt uit de TPR-techniek (Total Physical Response) voort.

Kenmerken van TPR Storytelling


TPRS is een talenverwervingsmethode die verhalen gebruikt om talen te leren. Het uitgangspunt is een natuurlijke methode van taalverwerving: een vreemeen taal leren zoals een kind zijn of haar moedertaal leert. Om dit te bereiken, worden de lerenden blootgesteld aan een grote hoeveelheid begrijpelijke input. Door de trainer wordt een verhaal verteld waarin nieuw te leren woorden diverse keren voorkomen. De verhalen zijn interessant of humoristisch en nooit te lang. De studenten voelen zich ontspannen omdat deze verhalen van de taaldocent gemakkelijk te begrijpen zijn. Op deze manier worden woorden en structuren vanzelf opgeslagen in het langetermijngeheugen van de lerende. De taaldocent wijst de lerende op grammaticale fenomenen, zonder dat lerenden regels uit het hoofd hoeven te leren.

De studenten zullen na een poosje ‘automatisch’ beginnen te spreken en de grammaticale structuren imiteren. Dit is een natuurlijk proces. Samen met een groepje van studenten een verhaal opbouwen, is een variant. De trainer schrijft hierbij eerst nieuwe woorden en structuren op een bord of flipchart, met de vertaling erbij en vervolgens een verhaal te maken samen met de lerenden. Tot slot vertellen de studenten het verhaal na. Lezen is een belangrijk onderdeel van TPR Storytelling, omdat dit voor inbreng zorgt. Schrijven volgt daarna.

Populariteit


Er zijn veel onderzoeken gedaan die uitwijzen dat TPR Storytelling een geslaagde manier is om een nieuwe taal te verwerven. Er zijn wel randvoorwaarden: de trainer dient ervoor getraind te zijn en de setting dient geschikt te zijn.

Voor- en nadelen van TPR Storytelling


Het is een laagdrempelige manier van taalverwerving en de geleerde stof wordt goed onthouden. TPRS spreekt ook de creatieve intelligentie aan; TPRS is een vorm van breinvriendelijk leren. Voor studenten is het een plezierige methode en het is relatief gemakkelijk om de focus te behouden. Zelf een verhaal verzinnen, werkt zeer motiverend voor de student.

Een keerzijde is dat TPRS veel voorbereiding van de docenten vraagt.

COMMERCIËLE METHODES VOOR ZELFSTUDIE

De Rosetta Stone methode


Bedacht door wie en wanneer


De Rosetta Stone-methode is vernoemd naar de Steen van Rosetta, een steen die is ontdekt in Egypte met een tweetalige tekst, met behulp waarvan uiteindelijk de hiërogliefen ontcijferd zijn. Het is ook de naam van het softwarebedrijf dat deze taaltrainingen aanbiedt. In het jaar 1996 is de eerste versie van de methodiek is uitgebracht.

Kenmerken van de Rosetta Stone methode


De Rosetta Stone methode is een wijze om een vreemde taal te leren achter een computer. De taalcursussen zijn beschikbaar in ruim dertig talen en de cursussen zijn te volgen vanuit elk van deze talen.

De Rosetta Stone-methode is een communicatieve methode, die de manier imiteert waarop een kind de moedertaal leert. Dit wil zeggen ‘leren door onderdompeling’, leren door veel te luisteren en na te zeggen. Rosetta Stone gebruikt hiervoor foto’s alsook stemmen van moedertaalsprekers om de betekenis over te brengen van nieuwe woorden. Er is een programma om spraak te herkennen. Dit programma registreert de uitspraak en maakt hier een schematische weergave van. Dit maakt het mogelijk voor de student om zijn of haar uitspraak te vergelijken met die van native speakers (moedertaalsprekers). Uitspraakverbetering kan worden bereikt door de voorbeeldspreker minder snel te laten spreken en de lerenden vervolgens veel na te laten spreken.

Er zijn dictee-oefeningen om de schrijfvaardigheden van de studenten te oefenen. De software controleert de grammatica en spelling en wijst op fouten en biedt de optie om de fouten van de studenten te corrigeren.

Het programma biedt ook leesteksten. De leesteksten gaan over dagelijkse onderwerpen, activiteiten en ideeën.

Populariteit


Wereldwijd wordt Rosetta Stone veel gebruikt, ook door grote en bekende organisaties. Onder meer het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken en de NASA maken gebruik van Rosetta Stone. In Nederland wordt de Rosetta Stone-methode door enkele ministeries en verschillende hogescholen en universiteiten gebruikt, alsook door sommige internationaal opererende bedrijven.

Voor- en nadelen van de Rosetta Stone methode


De Rosetta Stone-methode is heel makkelijk om te gebruiken en kan op elk moment door de student worden ingezet. Studenten bepalen zelf welke onderdelen wat meer of minder aandacht nodig hebben. Veel studenten ervaren het als prettig om met de Rosetta Stone-methode te werken. Bij een gebrek aan taaldocenten kan Rosetta Stone een oplossing bieden voor onderwijsinstellingen. Dat er geen taaltrainer beschikbaar is die studenten motiveert of wat extra’s kan bieden, kan een nadeel zijn.

De Pimsleur methode


Bedacht door wie en wanneer


De Pimsleur taalcursussen zijn Amerikaans taalkundige Paul Pimsleur ontwikkeld. De eerste taalcursus van Pimsleur was een cursus Grieks, die hij op de markt bracht in het jaar 1963.

Kenmerken van de Pimsleur methode


De Pimsleur-methode is een computerprogramma om vreemde talen te leren.

Deze cursussen bestaan uit zinnen en dialogen die door lerenden worden nagesproken en worden herhaald. Deze voorbeeldzinnen van de cursus zijn door moedertaalsprekers (native speakers) ingesproken. De cursus is op herhaling, anticiperen, woordenschat en herhaling gebaseerd. De les omvat een audio-opname van dertig minuten met nieuwe vocabulaire en taalstructuren. De grammaticale structuur van de doeltaal wordt niet apart uitgelegd maar aangeboden via uitbreiding van, en variaties op, de zinnetjes.

Pimsleur heeft onderzoek gedaan naar het meest optimale interval waarin geleerde informatie van het kortetermijngeheugen overgaat naar het langetermijngeheugen. In de Pimsleur taalcursussen is dit (gemiddelde) interval verwerkt.

Populariteit


De cursussen van Pimsleur worden onder meer door Amerikanen gebruikt en de ervaringen lopen uiteen. In het algemeen zijn studenten tevreden over de aangeleerde uitspraak van de vreemde taal.

Voor- en nadelen van de Pimsleur methode


De Pimsleur-methode werkt heel goed als uitspraakverbeteraar doordat de insprekers van de zinnen allemaal moedertaalsprekers (native speakers) zijn en op een natuurlijke manier op een normaal tempo spreken.

Het feit dat niets wordt uitgelegd, is het nadeel van de metodhiek. De studenten leren geen bouwstenen om zelf zinnen te maken, maar moeten het doen met duizenden voorbeeldzinnetjes die uit het hoofd worden geleerd.

De Michel Thomas methode


Bedacht door wie en wanneer


De Michel-Thomas-methode is bedacht, niet verwonderlijk, door Michel Thomas (Poolse naam: Moniek Kroskof); een genaturaliseerde Amerikaandie oorspronkelijk in Polen is geboren. Kort na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde hij zijn methode in zijn eigen taleninstituut in Beverly Hills, Los Angeles, met beroemdheden zoals Diana Ross, Barbra Streisand, Emma Thompson, Mel Gibson, Pierce Brosnan en Bob Dylan in zijn klantenkring.

Kenmerken van de Micheal Thomas methode


Michel Thomas’ principe was dat iemand alleen in staat is om te leren als diegene geen stress heeft. Hij maakte de lerenden duidelijk dat ze zich geen zorgen hoefden te maken dat ze iets zouden vergeten.

De cursussen zijn audiolessen die zijn ingesproken door twee acteurs; een mannelijke acteur en een vrouwelijke acteur. De setting is bij Michel Thomas een virtuele klas, waarbij de student de derde student is. Deze student luistert met de les van de acteurs mee. Als een vraag aan de acteurs wordt gesteld, is het idee dat de cursisten op pauze klikken en de vraag eerst zelf beantwoorden. Er is geen huiswerk en er hoeft niet uit het hoofd te worden geleerd. De lessen worden in kleine stappen opgebouwd en nieuwe lesstof wordt met reeds bekende lesstof afgewisseld. De uitleg wordt steeds in de Engelse taal gegeven. Er wordt op verbanden gewezen tussen de talen, als die verbanden er zijn. Grammaticale uitleg wordt eveneens gegeven. Eerst wordt makkelijke lesstof aangeleerd, moeilijkere lesstof volgt pas nadat de studenten de makkelijke lesstof hebben begrepen en verworven. Behalve woorden en zinnen in de doeltaal worden ook bouwstenen geleerd waarmee de gebruikers zelf zinnen kunnen construeren. Ook maakt de leermethode gebruik van flashcards zodat de gebruikers zelf hun woordenschat kunnen toetsen en online oefeningen kunnen maken om hun eigen voortgang te meten.

Populariteit


Veel gebruikers vinden de Michel Thomas-methode plezierig werken en zijn tevreden over de uitleg van de structuur van de te leren taal. Gebruikers die wat verder gevorderd zijn met de taal, vinden de cursussen minder nuttig.

Voor- en nadelen van de Micheal Thomas methode


De methode van Michel Thomas traint de uitspraak alsook de luistervaardigheid van de doeltaal op efficiënte wijze en de methode is zeer toegankelijk. Het feit dat deze cursussen niet in schrijfvaardigheid voorzien, is een nadeel van de methode van Michel Thomas. Een echte interactie is er ook niet doordat de methode uit een audiocursus bestaat.

De Assimil methode


Bedacht door wie en wanneer


Assimil is een Frans bedrijf, dat in 1929 is opgericht door polyglot en schrijver Alphonse Chérel. Dit bedrijf maakt en publiceert taalcursussen. Hun eerste boek was Anglais sans Peine.

Kenmerken van de Assimil methode


Letterlijk betekent ‘assimileren’ of ‘assimilatie’: ‘mengen met, opgaan in een andere groep’. Dit was vrij hoog gegrepen voor een taalcursus. De Assimil-taalcursussen zijn zelfstudielessen die bestaan uit een lesboek, audio-CD’s alsook een USB-stick. De lerende werkt bij voorkeur ongeveer twintig minuten per dag.

De taallessen bestaan uit dialogen die worden beluisterd, nagesproken en gelezen. De vertaling staat ernaast, alsook de toelichting van de grammatica. Om de uitspraak van de vreemde taal te oefenen, maakt Assimil gebruik van zinnen die door moedertaal (native) speakers zijn ingesproken en die de lerenden dienen te herhalen. De opbouw is van receptief naar productief: in de eerste lessen wordt nog geen taalproductie verwacht van de gebruikers; dit komt pas na ongeveer 50 taallessen.

Populariteit


De Assimil-cursussen zijn gewaardeerd. Ze zijn relatief betaalbaar en het aanbod aan talen is groot.

Voor- en nadelen van Assimil


Het voordeel van de Assimil-methode is dat de cursist op zijn of haar eigen snelheid kan leren wanneer dit het beste uitkomt. De keerzijde hierbij is, wat voor alle taalcursussen met een computer geldt, dat de studenten op zichzelf zijn aangewezen. Er is geen taaldocent beschikbaar om de cursisten te motiveren of te begeleiden.


ALGEMENE LEERMETHODES

Audio-Lingual Method (ALM) (Army Method/New Key)


Bedacht door wie en wanneer


De audiolinguale methode was al in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw in Amerika en Engeland ontwikkeld, onder meer door de Amerikaanse taalkundige Leonard Bloomfield. Doordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, moesten de (Amerikaanse) soldaten de elementaire verbale communicatieve vaardigheden leren. Door de invloed van het leger werd de audiolinguale methode ook wel de ‘legermethode’ genoemd.

Kenmerken van de Audio-Lingual Method (ALM)


De audiolinguale methode kun je zien als antwoord op de grammatica-vertaalmethode. Het was nieuw dat de lessen geheel in de doeltaal werden gegeven. De belangrijkste vaardigheden zijn spreken en luisteren en grammaticale structuren worden geleerd door middel van mondelinge structuuroefeningen. Het doel is vrijwel zonder fouten kunnen spreken en verstaan; dit begint bij iemand leren naspreken. Herhaling is het middel hiervoor; er wordt gewerkt met drills om zinnen alsook structuren te leren beheersen, om te zorgen dat reacties spontaan en automatisch worden. De taaltrainer kan zo bijvoorbeeld een zin 10 keer herhalen en daarna een extra woord toevoegen. Er wordt veel in zogenaamde talenpractica gewerkt, waarbij studenten met een koptelefoon naar zinnen luisteren en deze naspreken. Geschreven taal wordt pas behandeld wanneer de mondelinge taal al vertrouwd is geworden. Afbeeldingen worden wel gebruikt om nieuwe woorden te introduceren.

Populariteit


In Nederland werd de methode pas rond het jaar 1970 geïntroduceerd toen de Mammoetwet van kracht werd. Men maakte al snel bezwaar tegen de betekenisloze driloefeningen. Het kwam soms voor dat de techniek haperde. Hierdoor raakten de talenpractica vrij gauw in onbruik. In plaats van de talenpractica werden de voor mondeling gebruik bedoelde structuuroefeningen schriftelijk gemaakt. Leerboekenschrijvers namen de markt weer over en boden weer expliciete grammaticaregels aan. Toch liet de audiolinguale methode wel sporen na. Het was nu alom geaccepteerd dat het bij een taal leren niet om het uit het hoofd leren van de regels van de grammatica gaat, maar om het te gebruiken. De luistervaardigheid, waar het merendeel van taaldocenten vóór de jaren zeventig geen aandacht aan schonken, was ontdekt.

Voor- en nadelen van de Audio-Lingual Method


De audiolinguale methode is voor beginnende studenten effectief. De juiste uitspraak wordt vanaf het begin aangeleerd. Deze methode is docentgestuurd en daardoor kan deze methode een efficiënte en snelle overdracht van de kennis van de taal bieden. Deze methode kan ook worden toegepast bij grotere groepen.

Tevens is de docentgestuurde kant een nadeel; eigen input wordt niet verlangd van de lerenden, waardoor het gevaar van enige passiviteit en onvoldoende betrokkenheid en motivatie dreigt. Een ander bezwaar is dat de geoefende drills niet zo eenvoudig zijn om te zetten in levend taalgebruik.

GoldList Method (GLM)


Bedacht door wie en wanneer


De GoldList Method (‘gouden lijst-methode’) is door David J. James, alias Viktor Dmitrievitch Huliganov of Uncle Davey ontwikkeld.

Kenmerken van de GoldList Method (GLM)


De GoldList Method is een methode om woorden of zinnen te leren op een zodanige manier dat deze worden opgeslagen in het langetermijngeheugen. Deze methode werkt middels zelfgeschreven woordenlijsten die worden herhaald na verloop van tijd. De zinnen en woorden van de woordenlijst worden hardop gelezen door de lerenden. Deze woorden en zinnen uit het hoofd te leren, is niet het idee, maar dit eigenlijk gebeurt vanzelf door de blootstelling. De woordenlijst wordt telkens bijgewerkt; woorden die zijn geleerd, worden van de lijst gehaald. De woorden die nog steeds problemen opleveren, blijven op de woordenlijst staan.

Populariteit


Aanhangers van de GoldList-methode beweren dat deze woorden of zinnen in de vreemde taal spontaan opgeslagen worden in het langetermijngeheugen, maar geheugenwetenschappers bestrijden dat. Volgens deze geheugenwetenschappers wordt (taal)kennis in het algemeen onthouden als deze kennis relevant en betekenisvol is voor de student. Deze GoldList-methode kan werken voor woorden die van betekenis en relevant zijn voor de student.

Voor- en nadelen van de GoldList Method


Voor lerenden die het fijn vinden om bijvoorbeeld Post-its® te gebruiken als geheugensteuntje zou deze GoldList-methode goed kunnen functioneren. Doordat het fysieke gedeelte van het geheugen door het schrijven aangesproken wordt en meewerkt, functioneert het met de hand schrijven effectiever dan typen of, behoorlijk zinloos: een foto maken. Een nadeel is het ontbreken van context. Taal bestaat uiteraard uit veel meer dan een serie losse woorden en/of zinnen. Bovendien is deze methode nogal tijdrovend; er dienen steeds met de hand geschreven woordenlijsten te worden aangemaakt.

De Natural Method


Bedacht door wie en wanneer


De Natural Method, ook de Natural Approach (de ‘natuurlijke aanpak’) genoemd, is door de Amerikanen Tracy Terrell en Stephen D. Krashen ontwikkeld in 1983.

Kenmerken van de Natural Method


De Natural Method is gericht op een natuurlijke wijze van taalverwerving. Op de wijze waarop iemand als kind zijn of haar moedertaal leerde spreken, probeert de leermethode de taal aan te leren. Op die wijze leert men onbewust eveneens de taalregels van de vreemde taal. Alleen de doeltaal met de nodige visuele hulpmiddelen wordt hiervoor gebruikt. Het streven is een stressvrije leeromgeving voor de studenten. Een grote hoeveelheid begrijpelijke input wordt aan de studenten blootgesteld. De taalproductie mag spontaan ontstaan en wordt niet geforceerd. De methode legt de nadruk op communicatie en minder op het corrigeren van vormfouten en expliciete grammatica.

De methode heeft het meeste rendement als de lerenden in de te leren taal worden ondergedompeld. De leeractiviteiten die in de vreemde taal worden aangeboden, moeten stimulerend zijn, om te zorgen dat de studenten van de ervaringen kunnen genieten.

De Natural Method heeft vrij veel overeenkomsten met de Directe Methode. Het idee van natuurlijke taalverwerving is het uitgangspunt van beide methoden; het onderscheid tussen deze twee beide methoden is dat de Directe Methode meer de focus legt op de praktijk en de Natural Method meer op blootstelling aan taalinput en het verminderen van spreekangst.

Populariteit


Dat onderdompeling zeer effectief is, is vaak bewezen. De natuurlijke aanpak is een populaire wijze van lesgeven bij taaldocenten, doordat de methode betrekkelijk eenvoudig is om te begrijpen voor studenten. Maar er is eveneens kritiek op de Natural Method. De methode is vooral gericht op het impliciet leren van de grammatica van de vreemde taal. Studenten zouden inderdaad leren in de vreemde taal te communiceren, maar blijven hangen in een wat gebrekkige, vereenvoudigde versie van de taal door onvoldoende kennis van de grammatica van de te leren taal.

Voor- en nadelen van de Natural Method


Om op een natuurlijke manier een vreemde taal te leren, wordt prettig gevonden. De studenten wordt de kans geboden een persoonlijke band met de buitenlandse taal te krijgen. Omdat er niet ‘uit het hoofd geleerd hoeft te worden’, blijft het geleerde langer onthouden.

Het nadeel kan zijn dat het wat langer duurt voor er resultaat geboekt wordt, omdat er vrijwel geen druk op de taalproductie ligt. Ook bereidt de methode lerenden niet per se voor op een bepaald examen.

Structurele Aanpak


Bedacht door wie en wanneer


De ‘Structurele Aanpak’ (Engels: Structural Approach; ‘SA’) is door Charles Fries, oprichter en directeur van de English Language Institute aan de Universiteit van Michigan en één van zijn studenten Robert Lado in de begin jaren 50 ontwikkeld.

Kenmerken van de Structurele Aanpak (SA)


De Structurele Aanpak is een taalverwervingsmethode die als doel heeft om studenten vertrouwd te maken met de grammaticale en fonologische structuren van de taal. Het beheersen van deze structuren levert volgens de Structurele Aanpak meer op dan het verwerven van woordenschat. Het herkennen en kunnen toepassen van vaste woordcombinaties en groepen woorden in de juiste woordvolgorde is waar het bij de Structurele Methode om draait. Deze vaste combinaties van woorden worden in reële situaties middels dramatisering, visualisatie, handelingen en gezichtsuitdrukking aan de lerende aangedragen. De structuren die in de praktijk het vaakst in de doeltaal worden gebruikt, worden als eerste aan de taallerende aangeboden. De mondelinge vaardigheid (de luistervaardigheid en de spreekvaardigheid) wordt hierbij als eerste gebruikt; daaruit volgen de leesvaardigheid en de schrijfvaardigheid volgt daaruit. Bij het aanleren en verbeteren van de productieve vaardigheid (de spreekvaardigheid en de schrijfvaardigheid), krijgt de grammatica een belangrijke plek. De Structurele Aanpak wordt ook wel Structural-Situational Approach (structurele-situationele benadering) en de Structural-Oral-Situational Approach (structurele-mondeling-situationele benadering) genoemd.

Populariteit


In de jaren vóór 1970 werd de Structurele Aanpak toegepast op grote schaal om Engelse les te geven in Engelssprekende landen, voormalige Britse koloniën alsook in Maleisië.

Voor- en nadelen van de Structurele Aanpak


De sterke kant van een structurele aanpak is dat de studenten de taal op een nauwkeurige manier geleerd wordt. De student krijgt inzicht in de grammatica en leert in welke situaties woorden of woordcombinaties wel of niet passend zijn voor die situaties. De methode van de Structural Approach gebruikt alledaagse taal. Aan de Structural Approach kleven ook nadelen. Deze manier van werken is behoorlijk tijdrovend en zorgt niet direct voor succeservaringen. De eigen input van lerenden is gelimiteerd; het is weinig creatief.

Communicatief taalonderwijs (Engels: Communicative Language Teaching; CLT)


Bedacht door wie en wanneer


Het communicatief Taalonderwijs (In het Engels: Communicative Language Teaching; CLT), of ook wel ‘De Communicatieve benadering’ (In het Engels: Communicative Approach; CA) genoemd, is in de jaren zestig van de vorige eeuw ontstaan onder invloed van de ideeën van Noam Chomsky, die de nadruk op competenties bij het leren van een vreemde taal legde. Taalkundige Dell Hymes was in het jaar 1966 de grondlegger van het concept communicatieve vaardigheden.

Kenmerken van Communicatief taalonderwijs (CLT)


Het communicatief talenonderwijs gaat uit van de gedachte dat interactie de uiteindelijke doelstelling is van het leren van vreemde talen.

Middels CLT-technieken leren de met de doeltaal in praktijk te brengen door de interactie met de docent en onderling. Er wordt gebruikgemaakt van authentieke teksten, geschreven in de te leren taal of ander materiaal uit het dagelijks leven en/of de werksituatie. De doeltaal wordt zowel tijdens als buiten de les om gebruikt.

Studenten praten met medestudenten over persoonlijke gebeurtenissen en trainers dragen onderwerpen aan die buiten het gebied van de traditionele grammatica liggen, om de taalvaardigheid in verschillende realistische situaties te oefenen. Grammatica wordt inductief onderwezen, dat wil zeggen aan de hand van de praktijk, van waaruit de regel volgt.

Bij communicatief taalonderwijs is de taaldocent echt een trainer, die de student leert om in de vreemde taal te communiceren.

Populariteit


De CLT werd erg populair in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Dit kwam deels omdat de traditionele taalonderwijsmethodes niet heel succesvol bleken. Door de verdere eenwording van Europa kwam meer vraag om een vreemde taal te leren middels een methode die meteen kon worden toegepast.

Voor- en nadelen van Communicatief taalonderwijs


CLT (communicatief taalonderwijs) kent veel pluspunten. Studenten ‘kunnen’ al snel ‘iets’ in de te leren taal; het is functioneel en studentgericht. Door het gebruik van authentieke materiaal, leren de studenten de woorden die voor hen nodig zijn. CLT is efficiënt. Deze methode werkt stimulerend voor de lerenden omdat zij gauw succeservaringen hebben. Foutjes mogen worden gemaakt; al doende wordt de vaardigheid geleerd en geperfectioneerd. Een nadeel van deze communicatieve benadering is dat voor grammatica, woordenschat die niet meteen toepasbaar is en uitspraak minder aandacht wordt besteed. De voorbereiding en planning vragen veel tijd van de docent en van de lerenden vereist het een actieve deelname. Afhankelijk van welke achtergrond zij hebben, is voor bepaalde lerenden deze manier van leren ongebruikelijk of lastig. CLT (communicatief taalonderwijs) traint de taalvaardigheden; het gaat vooral om de functie en in mindere mate om de vorm en CLT biedt als zodanig geen samenhangend geheel.

Grammatica-/vertaalmethode (GVM) (Engels: Grammar-Translation Method; GTM)


Bedacht door wie en wanneer


In de 18de en de 19de eeuw was taalonderwijs vooral op praktisch taalgebruik gericht. Men leerde om gebruiksklare zinnen, idiomatische uitdrukkingen, dialogen, lijsten met woorden etcetera na te spreken, uit het hoofd te leren en op te zeggen. Een Duitse docent Frans en Italiaans en eveneens schrijver van lesboeken; Johann Valentin Meidinger, deed dit op een andere manier. Rond het jaar 1783 ontwikkelde hij een leermethode waarbij de grammatica centraal stond. Meidinger wordt als grondlegger gezien van de zogenaamde grammatica-vertaalmethode (In het Engels: Grammar-Translation Method; GTM).

Kenmerken van de Grammatica-/vertaalmethode (GVM)


Deze methode was gebaseerd op het onderwijs in het Latijn, wat de taal van de wetenschap, de cultuur en de religie was. Uiteraard was het onderwijs in het Latijn gericht op geschreven teksten van de klassieke schrijvers en volledig gericht op de grammatica en het vertalen. Deze aanpak werd als degelijk en wetenschappelijk gezien. De Grammatica-/vertaalmethode (GVM) gaat uit van de analyse van de taalvormen en de taalstructuren waarbij de lerende inzicht ontwikkelt. De lees- en schrijfvaardigheid dus belangrijk bij deze methode. Literatuur, vertalen en uit het hoofd leren van woordenlijsten krijgen de nadruk. De docenten dragen de kennis over, de lerende memoriseert.

Populariteit


De grammatica-/vertaalmethode heeft tot vrij recent een grote invloed op het talenonderwijs gehad, ondanks dat reeds sinds halverwege de negentiende eeuw ook tegengeluiden te horen waren.

Voor- en nadelen van de Grammatica-/vertaalmethode


Aan mensen die het een uitdaging vinden om dingen uit het hoofd te leren, biedt deze grammatica-/vertaalmethode biedt een aardige mentale training. Ook biedt de methode inzichten in de structuur, door de nadruk die op de grammatica gelegd wordt.

De grammatica-/vertaalmethode heeft echter meer keerzijden dan positieve kanten. De grootste keerzijde is dat de spreek- en luistervaardigheid ver achterblijft, waardoor de taal zelfs na jaren studie weinig mondeling kan worden toegepast. Deze methode staat ver van het dagelijks gebruik van de vreemde taal af, ook in de context die wordt aangeboden, omdat het meestal om literair taalgebruik gaat. Bij het werken in een groep geeft deze leermethode niet de mogelijkheid tot differentiatie of tot een eigen creatief proces bij de studenten. De student fungeert slechts als toehoorder en uitvoerder.

Onderdompeling (Engels: immersion)


Bedacht door wie en wanneer


Sinds de jaren 70 wordt de leermethode ‘onderdompeling’ (In het Engels: language immersion) wereldwijd gebruikt, voornamelijk op de middelbare school waarbij een schoolvak (zoals wiskunde) wordt onderwezen in een vreemde taal. In Nederland is ‘onderdompeling’ ook wel bekend als de leermethode die toegepast wordt bij Taleninstituut Regina Coeli, ook wel ‘de nonnen van Vught’ of liefkozend ‘de nonnetjes (van Vught)’ genoemd. De methode is daar in 1963 ontstaan met Franse nonnen die Franse taalles aan welgestelde vrouwen uit Vught gaven.

Kenmerken van onderdompeling


Onderdompeling zorgt ervoor dat degenen die de taal leren, direct vanaf het eerste moment is omgeven door de te leren taal. Alle instructies vinden in de doeltaal plaats; in het begin langzaam en met veel herhalingen, later op een meer natuurlijke wijze. De lerenden worden ook vanaf het begin uitgedaagd om in de nieuwe taal te spreken. De methode werkt met simulaties en rollenspellen. Op onderwijsinstellingen die met onderdompeling werken, wordt veelal de leeromgeving in de stijl van de doeltaal ingericht om een situatie te creëren alsof de studenten in het land zijn waar de te leren taal wordt gesproken. De lerenden oefenen het spreken één-op-één of in een klein groepje. Daadwerkelijk naar het land van de doeltaal reizen en daar bijvoorbeeld in een gastgezin verblijven, is een andere manier om onderdompeling te bereiken.

Populariteit


Onderdompeling wordt gezien als een zeer goede methode om een vreemde taal te leren. Vooral de mondelinge taalvaardigheid kan zeer goed worden aangeleerd op deze manier.

Voor- en nadelen van onderdompeling


Doordat de methode zo intensief is, is het wezenlijke voordeel dat deze methode snel resultaten laat zien. Omdat de student wordt erdoor omgeven, is het een kwestie van ‘sink or swim’; hij of zij moet echt in de doeltaal gaan communiceren. De lerenden zijn in principe 24 uur per dag aan het leren. In een groep versterkt het samen oefenen de sociale interactie. Studenten ervaren dit als motiverend.

Een nadeel is dat de bereikte resultaten niet altijd vastgehouden wordt. Als iemand in een vrij korte tijd een nieuwe taal leert, door in het land van de doeltaal te zijn of door in een kunstmatig gecreëerde omgeving te zijn ondergedompeld, maar vervolgens weer tot de orde van de dag overgaat, is de kans groot dat het nieuw geleerde snel wegzakt. Een ander nadeel van de leermethode kan zijn dat een dergelijke taaltraining erg intensief is. Niet alle lerenden hebben genoeg conditie om deze leermethode vol te houden.

Suggestopedie (Suggestopedia)


Bedacht door wie en wanneer


Suggestopedia is een methode om vreemde talen te leren die is ontwikkeld. De methode is ontwikkeld door de Bulgaarse psychotherapeut Georgi Lozanov.

Kenmerken van Suggestopedie


Suggestopedia is op de kracht van de suggestie gebaseerd. Lozanov was van mening dat positieve suggestie een voorwaarde is om (een vreemde taal) te leren. Een ontspannen sfeer alsook een wederzijds vertrouwen tussen de docent en studenten zijn hiervoor van essentiële betekenis. Dat de studenten zich veilig voelen en ontspannen zijn, is de voorwaarde. Leslokalen met rijopstellingen waren uit den boze om dit te bewerkstelligen. De studenten zaten in comfortabele stoelen tijdens de les die in een halve cirkel opgesteld waren en er was altijd achtergrondmuziek in de klas. De leermethode die Lozanov voorstond, bestond uit het voorlezen van verschillende teksten, terwijl op de achtergrond natuurgeluiden waren te horen of klassieke muziek werd gespeeld. Er bestonden woordenlijsten bij deze teksten en opmerkingen over de grammatica. Het voorlezen gebeurde met gebaren alsook veel expressies in stem. Zo werden studenten overgehaald om te luisteren en ze konden de nieuwe woorden gemakkelijk begrijpen en opnemen. In de lessen was veel aandacht voor cultuur en kennis over het land van de vreemde taal. Er werden rollenspellen gespeeld en er bijvoorbeeld streekgerechten werden gemaakt en gegeten.

Populariteit


De leermethode Suggestopedie was enigszins omstreden en de leermethode is in de vergetelheid geraakt. Een aantal elementen van de methodiek wordt nog steeds toegepast, bijvoorbeeld het gebruikmaken van stemexpressie en gebaren bij het lezen van teksten in de vreemde taal.

Voor- en nadelen van Suggestopedie


Suggestopedia creëert een veilige en ontspannen sfeer, waardoor de student minder last van faalangst of frustratie zal hebben. Deze sfeer kan voor een immigrant aan een positieve associatie met het nieuwe thuisland bijdragen. Muziek werkt vaak motiverend en draagt bij aan betere leerprestaties. Dat de lerenden gestimuleerd worden om actief mee te doen en zich in de situaties in te leven, wat voor een aantal mensen een nieuwe ervaring is, is een ander voordeel van de methodiek. Tegelijkertijd is dit voor bepaalde lerenden een keerzijde, omdat niet iedereen hiertoe in staat is. Ook kan muziek bij sommige lerenden afleiden en verstorend werken in plaats van stimulerend en ontspannend. Dat de verhouding tussen de docent en de student niet echt gelijkwaardig is, is een ander zwak punt; alle inbreng komt van de kant van de docent waarbij de student steeds de ontvangende partij is.

Community Language Learning (CLL)


Bedacht door wie en wanneer


De Amerikaanse priester en psycholoog Charles Curran en professor Paul La Forge ontwikkelden in het jaar 1976 Community Language Learning, ook wel Counseling Language Learning
of CLL genoemd.

Kenmerken van Community Language Learning (CLL)


CLL (Community Language Learning) is een methode om een taal te leren waarbij studenten samenwerken om te bepalen welke aspecten van de taal zij willen leren. Deze methode baseert zich op de counseling-benadering waarbij de docent als counselor fungeert die de zinnen van lerenden kenschetst. De lerenden starten het gesprek. Zij spreken in hun moedertaal als de studenten de te leren taal nog onvoldoende machtig zijn. De docent geeft uitleg en vertaalt, waarna de studenten de uitspraken van de docent zo nauwkeurig mogelijk herhalen. De gesprekken worden opgenomen om opnieuw te beluisteren.

Community Language Learning bevordert het gemeenschapsgevoel in de leergroep en de methode beschouwt de wisselwerking tussen de studenten als middel om de taal te leren. Het zijn de studenten zelf die de lesstof bepalen aan de hand van betekenisvolle gesprekken. Er is geen leerboek dat gevolgd wordt.

Populariteit


Of CLL succesvol is, is in hoge mate afhankelijk van de kunde van de docent-counselor. Bij deze methode dient de docent sociaal-cultureel kundig alsook taalkundig onderlegd te zijn. Hij of zij dient zowel de doeltaal als de moedertaal van de lerende uitstekend te beheersen om de taaluitingen van de lerende te kunnen vertalen. De methode kan prima functioneren als deze correct wordt gebruikt. Deze methode is niet geschikt voor grote klassen.

Voor- en nadelen van Community Language Learning


CLL biedt studenten veel autonomie. Het analyseren van de eigen gesprekken vinden studenten vaak zinvol. De groep wordt vaak zeer hecht, niet alleen tijdens de lessen, maar ook daarbuiten. Met de methode van Community Language Learning worden studenten zich veel bewuster van anderen in hun groep, hun sterke en minder sterke punten en ze leren om te werken als team. Het bespreken door hun fouten en het evalueren van de les is heel leerzaam voor de studenten. Zulke verbeteringen blijven vaak in het geheugen gegrift en worden onderdeel van de actieve woordenschat van studenten.

Het kan een keerzijde zijn dat de docent niet sturend is, ondanks dat sommige studenten wel sturing nodig hebben. Bij CLL wordt geen lesboek gebruikt en eveneens geen toetsen gehouden. Daardoor is het succes lastig te meten. Een aantal lerenden wordt in hun spreken geremd als zij opgenomen worden.

Lexicografische benadering (Engels: Dynamic Lexicographic Approach; DLA)


Bedacht door wie en wanneer


De Lexicografische benadering (In het Engels: Lexical Approach; LA) is een methode om vreemde talen te leren ontwikkeld door Michael Lewis in het begin van de jaren 90 van de vorige eeuw.

Kenmerken van de Lexicografische benadering (DLA)


De lexicografische benadering gaat uit van het idee dat een belangrijk deel van het leren van een vreemde taal bestaat uit het begrijpen en produceren van ‘lexicale eenheden’, brokjes taal die bestaan uit woorden, woordcombinaties alsook uitdrukkingen. Lerenden verwerven al doende inzicht in patronen van de te leren taal (grammatica) en betekenisvolle groepen met woorden. Zo wordt geleerd de taal ‘in het echt’ gebruikt wordt. In deze benadering neemt de woordenschat een grotere plaats in dan de grammatica. De instructies zijn op situaties en uitdrukkingen gericht die regelmatig voorkomen in dialogen. Er wordt aandacht besteed aan interactie maar ook aan exposure; aan de receptieve vaardigheden van de lerende (luisteren en begrijpen, lezen en begrijpen). Er is veel ruimte voor het zelf ontdekken van de taal.

De rol van de taaldocent is voor genoeg inbreng te zorgen en het faciliteren van het leerproces van de lerenden.

Populariteit


In de laatste drie decennia zijn door de ideeën over taal van (onder meer) Michael Lewis de leerboeken aanmerkelijk veranderd. Er is veel meer aandacht voor woordenschat van de te leren taal die aangeboden wordt in zogenaamde chunks, in betekenisvolle brokjes. Een vergaande omwenteling in de wijze waarop een vreemde taal wordt onderwezen, waar Michael Lewis streefde, is er echter niet van gekomen.

Voor- en nadelen van de Lexicografische benadering


Studenten leren de vreemde taal op een heel natuurlijke manier te gebruiken door het werken met ‘chunks’ (brokjes van de vreemde taal); met ‘echte’ taal. Zo ontstaat souplesse in het het gebruik van de taal.

Dat de werkelijkheid altijd weer afwijkend is van de aangeleerde taalsituaties, is de keerzijde van deze methode. Sommige lerenden hebben meer aan een trainer die hen de weg wijst, dan aan een docent-facilitator omdat ze meer moeite hebben met het zelf leren herkennen van de patronen van de taal.

Series Method


Bedacht door wie en wanneer


De Series method, ofwel ‘seriemethode van taalverwerving’ is in het jaar 1880 door de Franse taaldocent François Gouin ontwikkeld.

Kenmerken van de Series Method


De seriemethode (The Series Method of language acquisition) van Gouin gaat uit van een serie verbonden zinnen die eenvoudig te begrijpen zijn en niet veel kennis vereisen van grammatica. Op basis van een handeling, zoals het verlaten van een huis in de volgorde waarin deze zou worden uitgevoerd, leren studenten zinnen. Deze series of reeksen behandelden onderwerpen als de mens in de samenleving, wetenschap en beroep, het leven in de natuur, ontwikkeld vanuit het onderscheid tussen objectief, subjectief en figuurlijk gebruik van de taal. In de François Gouin-serie wordt geen moedertaal gebruikt. Het betreft een soort eentalige manier van taalverwerving, die niet van ‘vertalen’ en ‘uitleggen’ uitgaat maar van ‘demonstreren’ en ‘handelen’, waardoor studenten al gauw in de nieuwe taal gaan denken.

Populariteit


De seriemethode van Gouin was zijn tijd ver vooruit. De seriemethode van Gouin was enige tijd succesvol, ondanks de vrij ongewone aanpak. De leermethode werd echter door Maximilian Berlitz’ Directe Methode overschaduwd.

Voor- en nadelen van de Series Method


Door de Series method van Gouin worden de mondelinge vaardigheden van de studenten sterk ontwikkeld en het creëert een sfeer in de taalles die harmonieus, natuurlijk en gelijkwaardig is.

De leermethode creëert levendig taalonderwijs. Doordat het gebruikmaakt van visueel leermateriaal, zoals afbeeldingen, grafieken, enzovoort, wekt dit soort onderwijs enthousiasme bij de studenten op. Het leren wordt tastbaar; dit was totaal nieuw. De methode maakt de lerenden nieuwsgierig, wat goed werkt om het leergeheugen te ontwikkelen, de druk om te presteren te verminderen alsook het zelfvertrouwen te verhogen. De methode van François Gouin stimuleert de communicatieve competenties van de studenten sterk.

De leermethode van Gouin heeft als nadeel dat taal die wat meer abstract of subjectief is, wat moeilijk met bewegingen en expressies in één concrete ervaring kan worden gevangen. Een ander van de methode van François Gouin is de bewerkelijkheid voor de taaldocent, die een hele reeks aan series moet voorbereiden. Als derde punt is de Gouin-seriemethode vooral gericht op het mondelinge taalgebruik, terwijl het onderwijssysteem nog vaak draait om examens die de lees- en schrijfvaardigheden toetsen.

Task-Based Language Teaching (TBLT)


Bedacht door wie en wanneer


Task-Based Language Teaching (Taakgericht taalonderwijs) is ontwikkeld in de jaren 80 van de vorige eeuw. De grondleggers waren de Indiase taalkundige professor N.S. Prabhu, de Amerikaanse hoogleraar Teresa P. Pica en de Britse hoogleraren Graham Crookes en Michael Hugh Long.

Kenmerken van de Task-Based Language Teaching (TBLT)


Taakgericht taalonderwijs past binnen het Communicatief Taalonderwijs/een Communicatieve Benadering. Het principe erachter is dat het verwerven van de te leren taal geen op zichzelf staand doel, maar een hulpmiddel om specifieke taken uit te kunnen voeren. Lerenden krijgen verschillende motiverende taken aangeboden, waarvoor taalkennis nodig is. Voor het goed uitvoeren van deze taken, is het nodig dat zij over taalregels en woordenschat beschikken. De taken zijn zaken uit het dagelijks leven, bijvoorbeeld e-mails schrijven, boodschappen doen, bellen met een klantenservice, de krant lezen of een drankje bestellen. De taak wordt in drie verschillende fasen verdeeld: vóór, tijdens en na de taak, waarbij de lerenden zich eerst voorbereiden op de taak, de opdracht vervolgens uitvoeren en tot slot hierop terugblikken. Studenten moeten samenwerken om de taken uit te voeren. Om leereffect te hebben, moeten de taken net boven het niveau van de lerenden liggen.

Populariteit


Task-Based Language Teaching (TBLT) heeft aan populariteit gewonnen vanaf de vroege jaren 90 en zeker in het taalonderwijs. De leermethode lijkt de meest bruikbare vorm te zijn voor het verbeteren van de taalvaardigheden bij de studenten (voornamelijk de studenten in een achterstandspositie) in het lager en secundair onderwijs.

Voor- en nadelen van Task-Based Language Teaching


Het taakgericht taalonderwijs heeft duidelijke voordelen. Het is een activerende werkwijze, waarbij de studenten worden uitgedaagd om hun taalvaardigheden te gebruiken. Zolang de taak goed bij de lerende aansluit, is de leermethode een op de persoon gerichte, relevante en efficiënte aanpak. Studenten komen op een natuurlijke, dagelijkse wijze in aanraking met de taal en leren op deze manier authentieke woorden, woordcombinaties en uitdrukkingen. Daarnaast leren studenten om met andere studenten samen te werken. De lerenden ervaren taakgericht onderwijs als plezierig en motiverend.

Dat de communicatie voorop staat en niet zozeer de correcte vorm, waardoor de lerenden die niet zozeer precies leren, kan als keerzijde genoemd worden.

De Dogme benadering (Engels: Dogme Language Teaching; Dogme ELT)


Bedacht door wie en wanneer


Scott Thornbury; een Nieuw-Zeelandse linguïst en docententrainer op het gebied van Engels taalonderwijs ontwikkelde in het jaar 2000 Dogme Language Teaching/Dogme ELT (de ‘Dogmabenadering’).

Kenmerken van de Dogme benadering (ELT)


De inspiratie voor Dogme Language Teaching (DLT) was ‘Dogme 95’; de stroming van een groep van filmmakers uit Denemarken onder wie Deense filmregisseur Lars von Trier uit het jaar 1995. Voor het maken van films confirmeren de deelnemers zich aan tien strikte regels (dogma’s). Deze vormen samen ‘de eed van zuiverheid’ (Deens: kyskhedsløfter; Engels: Vows of Chastity). Bij het Dogme-taalonderwijs is iets soortgelijks aan de hand. De aanhangers van de Dogme-onderwijs van vreemde talen zoeken naar een vorm van communicatief onderwijs van vreemde talen die niet door voorgedrukt materiaal belast is. Het doeleinde van de Dogme-methode is het beginnen van echte gesprekken over praktische onderwerpen. Hierbij draait het om communicatie als inspirator van het leren. De Dogme-benadering is daarom een communicatieve werkwijze van het onderwijs, die taalonderwijs biedt zonder het gebruik van lesboeken of overig lesmateriaal en zich in plaats daarvan op de communicatie tussen de student en de taaldocent focust. Het Dogme-taalonderwijs kent, net als de Dogme-beweging in de film, 10 uitgangspunten (dogma’s).

Populariteit


Ondanks dat onderzoek naar het succes van Dogme beperkt is, stelt Scott Thornbury dat de overeenkomsten met het taakgericht leren van een taal suggereren dat Dogme waarschijnlijk tot vergelijkbare resultaten leidt.

Voor- en nadelen van de Dogme benadering


Een positieve bijkomstigheid voor de docent is dat voorbereiding vrijwel niet nodig is. Het kan erg motiverend werken dat de studenten de verantwoording dragen voor hun eigen leerproces. Zo is de taalles nooit voorspelbaar. Dit creëert spontane communicatie en dat de verveling niet toeslaat. Vrijwel elk item kan worden besproken in een les volgens de Dogme-benadering. Het houdt lerenden alert en betrokken.

Daartegenover staat dat lerenden zich iets ongemakkelijk kunnen voelen als ze zo weinig door de trainer bij de hand genomen worden. Ook is niet elke taaldocent voldoende flexibel voor dit type onderwijs. Een keerzijde kan zijn dat de studenten zich vaak op een bepaald examen moeten voorbereiden en het niet zeker is dat de daarvoor benodigde stof wordt behandeld tijdens de lessen.

Growing Participator Approach (GPA)


Bedacht door wie en wanneer


The Growing Participator Approach (GPA) is ontwikkeld in 2007 door Language consultants Angela en Greg Thomson.

Kenmerken van de Growing Participator Approach (GPA)


De GPA-methode geldt als een alternatieve visie op het verwerven van een vreemde taal. Dat taal en cultuur niet los van elkaar kunnen worden gezien, is de primaire aanname van de GPA. Het gaat bij GPA om veel meer dan alleen het verwerven van de taal; het doel is uitgroeien tot een volwaardige deelnemer aan het leven in de gastcultuur. Daarom hanteert GPA de benamingen ‘groeiende deelnemers’ in plaats van ‘taallerenden’ en ‘verzorger’ in plaats van ‘docenten of leraren’. De GPA heeft gelijkenissen met, en is gedeeltelijk gebaseerd op, de Natural Approach (natuurlijke aanpak) van Stephen Krashen en Tracy Terrell.

De methode kent zes fasen van activiteiten. De lerende en een verzorger uit de gastcultuur voeren deze activiteiten uit. Begrip is belangrijker dan productie. Woordenschat alsook cultuur krijgen de nadruk. Fase 1 van de methode is de zogenaamde hier-en-nu-fase. Deze neemt ongeveer 100 uur in beslag. De ‘groeiende deelnemer’ focust zich in fase 1 op het luisteren en het geven van non-verbale feedback.

Fase 2 van de leermethode is de verhaalopbouwfase. Deze neemt ongeveer 150 uur in beslag en nu begint de deelnemer de vreemde taal ook te produceren. In fase 3 ligt de nadruk op ‘gedeelde verhalen’. Dit zijn verhalen die over dagelijkse gebeurtenissen gaan, verhalen die tussen culturen worden gedeeld en verhalen die over gedeelde ervaringen gaan. Fase 4 is de fase van het zogenaamde ‘diepe delen’. De deelnemers en verzorgers beginnen nu diepere gesprekken te voeren over het leven in de ontvangende cultuur. In fase 5 beginnen de deelnemers zich te richten op het taalgebruik van moedertaalsprekers door middel van films, televisie, nieuws of literatuur. De taal die voor het werk vereist is, wordt ook geleerd. Fase 6 van de leermethode is de ‘zelfvoorzienende groeifase’. Deze fase kent geen eindpunt. Hier gaat het om de groei naast de formele taalsessies.

Populariteit


Er is nog niet veel bekend over het succes omdat de leermethode van Thomson nog redelijk nieuw is. De deelnemers zijn er in elk geval enthousiast over.

Voor- en nadelen van de Growing Participator Approach


De GPA-methode biedt een duidelijke doorkijk op het proces van de taalverwerving. Deze zes afzonderlijke fasen van de methode bieden een duidelijk tijdspad en realistische doelstellingen. Er wordt door de lerende niet alleen kennis verworven van de taal, maar ook van de omgeving en de lerenden verwerven eveneens een nieuw sociaal netwerk.

Een keerzijde van deze methode is dat voor elke deelnemer of tenminste elke kleine groep deelnemers een ‘verzorger’ moet worden gevonden die bereid is om behoorlijk veel tijd te investeren.

Shadowing Technique


Bedacht door wie en wanneer


De Shadowing technique of Shadowing (‘schaduwen’) is bedacht in de vroege jaren 2000 door de Amerikaanse taalkundige en polyglot Prof. Alexander Argüelles.

Kenmerken van de Shadowing Technique


De techniek van Shadowing is een methode die taallerenden zelfstandig kunnen toepassen om de intonatie en uitspraak te verbeteren en vloeiendheid in het spreken te verwerven. Deze techniek werkt eigenlijk eenvoudig: de lerenden luisteren naar een audio-opname, bij voorkeur een dialoog en zij herhalen wat zij horen. Het gaat in de eerste plaats om de klanken; de tekst in de doeltaal ook begrijpen is niet belangrijk. Het luisteren en daarna herhalen oefent men net zo vaak totdat het gemakkelijk gaat en de student simultaan kan spreken met de opname. De lerende gebruikt na enige tijd een transcript om te kunnen lezen (en begrijpen) wat hij of zij heeft gezegd. Veel lesboeken zijn geschikt voor deze techniek, zolang de boeken dialogen bevatten of stukken samenhangende tekst. De audio-opnames dienen idealiter wat boven het niveau van de lerenden te zijn. De ideale lengte van een audio-opname is ongeveer één pagina, op natuurlijke snelheid en zonder kunstmatige pauzes in te lassen. Argüelles raadt aan om te lopen tijdens het spreken, liefst in de buitenlucht, en niet te zitten, omdat lichamelijke beweging de opname versterkt van de vreemde taal in het zenuwstelsel. Dat de studenten minder snel worden afgeleid als zij in beweging zijn, zodat het werken aan de taal een stuk effectiever gaat, is een andere grond.

De shadowing-techniek vertoont veel overeenkomsten met de audiolinguale methode uit de twintigste eeuw, maar het onderscheid is dat de audiolinguale methode gebruikmaakte van grammaticale drills in plaats van dialogen of samenhangende tekst. Bij de Shadowing-methode is ook simultaan spreken anders.

Populariteit


De afgelopen jaren is veel onderzoek naar Shadowing gedaan waarin is aangetoond dat de techniek zowel de uitspraak als de luistervaardigheid aanzienlijk verbetert. Maar eveneens het algemene begrip van de doeltaal wordt vergroot.

Voor- en nadelen van de Shadowing Technique


Het praktische pluspunt van Shadowing dat het in een groep van studenten kan worden gebruikt, waarbij alle deelnemers actief leren. De methode heeft een hoog rendement.

De Shadowing-methode heeft als keerzijde is dat student het soms een beetje saai kan kunnen vinden om dezelfde tekst te blijven herhalen. De tekst kiezen is dus heel belangrijk.

Total Physical Response (TPR®)


Bedacht door wie en wanneer


De Amerikaanse psycholoog James J. Asher ontwikkelde in de jaren 60 van de vorige eeuw de taalverwervingsmethode Total Physical Response, ook wel TPR® genoemd.

Kenmerken van Total Physical Response (TPR®)


TPR® is een methode om een vreemde taal te leren die uitgaat van het idee dat mensen leren met behulp van handelingen en beweging. Al doende leert men, en wel op de manier zoals een kind de moedertaal leert. Ouders geven hun jonge kinderen voortdurend opdrachten en belonen hen als ze die uitvoeren (“kijk naar mama”, “goed zo”). “Pak de lepel”, “Mooi!”, “Trek je schoentjes maar aan”, enz.). In de eerste instantie is het de bedoeling dat de kinderen begrijpen wat de ouders zeggen, de kinderen gaan in een later stadium verbaal reageren. De luistervaardigheden vormen dus de basis, daarna volgen de spreekvaardigheden.

TPR® past deze grondslagen van de moedertaalverwerving versneld toe bij het leren van een vreemde taal. De taaldocent geeft op een begrijpelijke en vriendelijke manier opdrachten, bijvoorbeeld: “pak het boek” en doet zelf de opdrachten voor; de lerenden doen na. Aanvankelijk wordt nog niet verwacht van de lerenden dat ze spreken; de lerenden geven in een later stadium de opdrachten. Bekende opdrachten worden verder uitgebreid of gedeeltelijk gewijzigd.

Door de combinatie van bewegingen en spraak, appelleert TPR® aan de beide hersenhelften. Op deze manier kost het minder moeite om dingen te leren en het geleerde beklijft ook beter.

Populariteit


De methode van TPR® wordt met name binnen het NT2-onderwijs toegepast (Nederlands als tweede taal), zeker bij beginners en ook wel op de basisschool bij Engels. Maar middelbare scholieren of volwassenen werken eveneens met plezier met Total Physical Response en behalen goede resultaten.

Voor- en nadelen van Total Physical Response


Total Physical Response heeft veel voordelen. Doordat de student veel begrijpelijke inbreng krijgt aangeboden in ‘chunks’ (woorden die bij elkaar horen), krijgt hij of zij snel begrip van de doeltaal. De leermethode van Total Physical Response zorgt voor een snelle succeservaring, wat het plezier in het leren bevordert. Het zorgt een stressvrij leerproces. TPR® is in principe geschikt voor elke doelgroep, ongeacht achtergrond of leeftijd en deze leermethodiek kan ook in wat grotere klassen worden ingezet. De geleerde taal wordt direct opgeslagen in het langetermijngeheugen van de studenten.

Het minpunt van TPR® is dat niet elke taaluiting in TPR®-taken uit te drukken is. Dit is de reden dat de methode tot op een bepaald taalniveau werkt en daarnaast een andere methode (ter aanvulling) nodig is. Ook is de leermethodiek niet erg creatief. De student leert niet zijn of haar meningen, gevoelens en ideeën uit te drukken.

De Directe Methode (Engels: Direct Method; DM)


Bedacht door wie en wanneer


De Duits-Amerikaanse taalkundige Maximilian Delphinius Berlitz (geboren als David Berlizheimer) bedacht eind jaren 80 van de negentiende eeuw de Directe Methode, ook wel ‘de natuurlijke benadering’ genoemd. De methode is als antwoord op de dominante grammatica-vertaalmethode ontwikkeld.

Kenmerken van de Directe Methode (DM)


Er sprake van een Reformbeweging omstreeks 1900 met nieuwe visies over talen leren dat zelfontdekkend en inductief diende te zijn. De Reformbeweging betrof overigens niet alleen het leren van een taal, maar eveneens natuurgeneeskunde, voeding, kleding en naturisme. Omstreeks 1900 streefden de mensen, net als in de jaren 60 van de vorige eeuw, naar meer natuurlijke leefwijzen en een bevrijding van keurslijven. In het taalonderwijs werd nu veel aandacht besteed aan de gesproken, ‘levende’ taal. Hierbij werd de grammatica meer inductief aangeleerd, met voorbeeldzinnen. De taalregels moesten de lerenden hieruit afleiden. Er waren veel mondelinge oefeningen en met veel aandacht voor de uitspraak van de taal. De studenten werden gestimuleerd vaak te spreken. Het was ook nieuw dat de les in de vreemde taal werd gegeven. Er werd nadrukkelijk niet vertaald in de les. Door middel van plaatjes en voorbeelden werd de woordenschat van de doeltaal aangeleerd. Studenten brachten zelf abstracte vocabulaire aan voor het associëren van ideeën.

Populariteit


Mede onder invloed van de oorlogen en crises ebde deze golf van vernieuwing van het begin van de twintigste eeuw weg, om in de jaren zestig weer in een andere vorm terug te komen.

Taleninstituten zoals Berlitz en Interlingua werken nog altijd met een (moderne versie van) de Directe Methode.

Voor- en nadelen van de Directe Methode


Het belangrijke pluspunt van de Directe Methode is dat deze methode een vrij natuurlijke manier is om een taal te leren. Bij de Directe Methode wordt veel aandacht besteed aan luisteren en spreken, waardoor lerenden vloeiendheid in de vreemde taal en zelfvertrouwen ontwikkelen. De leermethode heeft echter eveneens nadelen. Voor schrijfvaardigheid is bij deze methode veel minder aandacht en voor lezen in de doeltaal ook minder. Voor studenten die verder meer gevorderd zijn, biedt deze leermethode niet genoeg uitdaging. De Directe Methode is eveneens niet heel geschikt voor minder snel lerende studenten, doordat deze methode een dynamische inzet van de kant van de studenten verwacht.

De Manesca-methode (Engels: Manesca Method)


Bedacht door wie en wanneer


Jean Manesca publiceerde in 1835 An Oral System of Teaching Living Languages Illustrated by a Practical Course of Lessons in the French through the Medium of the English (“Een mondelinge methode voor het onderwijzen van levende talen, aan de hand van een praktische cursus Frans door middel van het Engels”). In 2015 is An oral system of teaching living languages in herdruk gegaan.

Kenmerken van de Manesca-methode


De Manesca-methode is gebaseerd op hetzelfde principe als de Natural Approach (‘natuurlijke aanpak’): de beste manier om een taal te leren, is die kinderen hun moedertaal leren. Een vreemde taal leren dient veilig en gemakkelijk te zijn. Om die reden wil Manesca niet met abstracte lijstjes en regels met woorden werken die uit het hoofd geleerd dienen te worden.

De Manesca-methode geldt als de eerst bekende, volledige taalcursus. De Manesca-methode is op het werken met een groep van lerenden en een taaldocent gebaseerd, die steeds één nieuw woord tegelijk introduceert. Bij elk woord hoort een bepaalde beweging. De studenten herhalen daarna na elkaar het woord en deze beweging. Deze herhaling helpt de studenten de woorden te onthouden, zonder dat uit het hoofd geleerd hoeft te worden. Stap voor stap vormen deze woorden zo zinnen en weer variaties op de zinnen. De spelling wordt in een later stadium met leesteksten aangeboden.

De Manesca-methode is al een aantal jaren later overgenomen en aangepast door Heinrich Gottfried Ollendorff en staat ook wel als de Ollendorff-methode bekend.

Populariteit


Jean Manesca overleed twee jaar na de publicatie van zijn methode. Het werk van Manesca is door anderen opgepakt en verder ontwikkeld, onder meer door Ollendorff. Veel van de ideeën van Manesca zijn nog actueel en worden nog altijd in het moderne vreemdetalenonderwijs gebruikt.

Voor- en nadelen van de Manesca-methode


De sterke kant van de Manesca- of Ollendorff-methode is het combineren van spreken en bewegen, waardoor het fysieke geheugen wordt aangesproken en de geleerde stof gemakkelijker en langduriger kan worden onthouden. Wat daar eveneens aan bijdraagt, is het veelvuldige herhalen. Het feit dat dit wat saai wordt om steeds dezelfde woorden en zinnen te blijven herhalen, kan een minpunt zijn.

Silent Way


Bedacht door wie en wanneer


The Silent way (‘de stille manier’) is ontwikkeld door de Egyptenaar Caleb Gattegno in 1963.

Kenmerken van de Silent Way


The Silent Way is een manier om een taal te leren die gebruikmaakt van stilte als instructiemiddel. De autonomie van de lerende en diens actieve deelname is het uitgangspunt van Gattegno’s methode.

De trainer gebruikt een combinatie van gebaren en stilte om de aandacht te trekken van de lerende, reacties uit te lokken en de lerende aan te moedigen om fouten te verbeteren. Aan de uitspraak wordt veel tijd besteed.

Caleb Gattegno, die van oorsprong wiskundige was, hechtte er veel waarde aan om onderwijs te geven op een manier die efficiënt voor de voorraad energie van de lerenden was. Hij ontdekte dat het in verhouding weinig energie kost om een visueel of auditief beeld te onthouden, veel minder dan wanneer studenten proberen iets uit het hoofd te leren. Caleb Gattegno verklaarde dat trainers niet zozeer naar het overbrengen van kennis zouden moeten streven, maar het bewustzijn aan dienen te boren, want alleen het bewustzijn maakt het mogelijk om dingen te leren.

The Silent Way gebruikt onder andere staven met verschillende kleuren, die kunnen worden gebruikt voor allerlei dingen. De leermethodiek maakt eveneens gebruik van Words in Colour. Words in Colour is een kleurenkaart voor geluiden waarbij elke kleur voor een bepaalde klank van de taal staat, gekleurde woordgrafieken voor het werken aan zinnen en gekleurde grafieken die gebruikt worden om spelling te leren.

Populariteit


Hoofdzakelijk bij het aanleren van de uitspraak van de doeltaal zijn Caleb Gattegno’s ideeën wel van betekenis geweest, hoewel de Stille Manier in zijn oorspronkelijke vorm niet veel wordt toegepast.

Voor- en nadelen van de Silent Way


De sterke kant van de methode van Caleb Gattegno is dat zijn methodiek niet-bedreigend is voor de lerende, die immers wordt beschouwd als autonoom. De taaltrainer is in principe dienstbaar aan de lerende, niet omgekeerd. De leermethodiek van The Silent Way stimuleert het leren op een natuurlijke manier. Het geleerde wordt over het algemeen goed verwerkt en onthouden door lerenden uit te dagen nieuwe dingen te ontdekken. De lerende ‘mag’ foutjes maken, wat bijdraagt aan het leerproces.

Dat sommige lerenden intensievere begeleiding nodig hebben dan de methode voorstaat, kan een minpunt zijn. De lerenden worden mogelijk gefrustreerd door het gebrek aan input van de docent. Met kleuren en grafieken werken, heeft als beperking dat ‘het nieuwe’ er vrij snel af gaat. Hierdoor kan verdwijnen het effect van de methode.

TPR Storytelling


Bedacht door wie en wanneer


TPR Storytelling of afgekort ‘TPRS’ houdt in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. De methode van TPR Storytelling is door Blaine Ray ontwikkeld in 1990, van oorsprong een Amerikaanse docent Spaans, en komt uit de TPR-techniek (Total Physical Response) voort.

Kenmerken van TPR Storytelling


TPRS is een talenverwervingsmethode die verhalen gebruikt om talen te leren. Het uitgangspunt is een natuurlijke methode van taalverwerving: een vreemeen taal leren zoals een kind zijn of haar moedertaal leert. Om dit te bereiken, worden de lerenden blootgesteld aan een grote hoeveelheid begrijpelijke input. Door de trainer wordt een verhaal verteld waarin nieuw te leren woorden diverse keren voorkomen. De verhalen zijn interessant of humoristisch en nooit te lang. De studenten voelen zich ontspannen omdat deze verhalen van de taaldocent gemakkelijk te begrijpen zijn. Op deze manier worden woorden en structuren vanzelf opgeslagen in het langetermijngeheugen van de lerende. De taaldocent wijst de lerende op grammaticale fenomenen, zonder dat lerenden regels uit het hoofd hoeven te leren.

De studenten zullen na een poosje ‘automatisch’ beginnen te spreken en de grammaticale structuren imiteren. Dit is een natuurlijk proces. Samen met een groepje van studenten een verhaal opbouwen, is een variant. De trainer schrijft hierbij eerst nieuwe woorden en structuren op een bord of flipchart, met de vertaling erbij en vervolgens een verhaal te maken samen met de lerenden. Tot slot vertellen de studenten het verhaal na. Lezen is een belangrijk onderdeel van TPR Storytelling, omdat dit voor inbreng zorgt. Schrijven volgt daarna.

Populariteit


Er zijn veel onderzoeken gedaan die uitwijzen dat TPR Storytelling een geslaagde manier is om een nieuwe taal te verwerven. Er zijn wel randvoorwaarden: de trainer dient ervoor getraind te zijn en de setting dient geschikt te zijn.

Voor- en nadelen van TPR Storytelling


Het is een laagdrempelige manier van taalverwerving en de geleerde stof wordt goed onthouden. TPRS spreekt ook de creatieve intelligentie aan; TPRS is een vorm van breinvriendelijk leren. Voor studenten is het een plezierige methode en het is relatief gemakkelijk om de focus te behouden. Zelf een verhaal verzinnen, werkt zeer motiverend voor de student.

Een keerzijde is dat TPRS veel voorbereiding van de docenten vraagt.

COMMERCIËLE METHODES VOOR ZELFSTUDIE

De Rosetta Stone methode


Bedacht door wie en wanneer


De Rosetta Stone-methode is vernoemd naar de Steen van Rosetta, een steen die is ontdekt in Egypte met een tweetalige tekst, met behulp waarvan uiteindelijk de hiërogliefen ontcijferd zijn. Het is ook de naam van het softwarebedrijf dat deze taaltrainingen aanbiedt. In het jaar 1996 is de eerste versie van de methodiek is uitgebracht.

Kenmerken van de Rosetta Stone methode


De Rosetta Stone methode is een wijze om een vreemde taal te leren achter een computer. De taalcursussen zijn beschikbaar in ruim dertig talen en de cursussen zijn te volgen vanuit elk van deze talen.

De Rosetta Stone-methode is een communicatieve methode, die de manier imiteert waarop een kind de moedertaal leert. Dit wil zeggen ‘leren door onderdompeling’, leren door veel te luisteren en na te zeggen. Rosetta Stone gebruikt hiervoor foto’s alsook stemmen van moedertaalsprekers om de betekenis over te brengen van nieuwe woorden. Er is een programma om spraak te herkennen. Dit programma registreert de uitspraak en maakt hier een schematische weergave van. Dit maakt het mogelijk voor de student om zijn of haar uitspraak te vergelijken met die van native speakers (moedertaalsprekers). Uitspraakverbetering kan worden bereikt door de voorbeeldspreker minder snel te laten spreken en de lerenden vervolgens veel na te laten spreken.

Er zijn dictee-oefeningen om de schrijfvaardigheden van de studenten te oefenen. De software controleert de grammatica en spelling en wijst op fouten en biedt de optie om de fouten van de studenten te corrigeren.

Het programma biedt ook leesteksten. De leesteksten gaan over dagelijkse onderwerpen, activiteiten en ideeën.

Populariteit


Wereldwijd wordt Rosetta Stone veel gebruikt, ook door grote en bekende organisaties. Onder meer het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken en de NASA maken gebruik van Rosetta Stone. In Nederland wordt de Rosetta Stone-methode door enkele ministeries en verschillende hogescholen en universiteiten gebruikt, alsook door sommige internationaal opererende bedrijven.

Voor- en nadelen van de Rosetta Stone methode


De Rosetta Stone-methode is heel makkelijk om te gebruiken en kan op elk moment door de student worden ingezet. Studenten bepalen zelf welke onderdelen wat meer of minder aandacht nodig hebben. Veel studenten ervaren het als prettig om met de Rosetta Stone-methode te werken. Bij een gebrek aan taaldocenten kan Rosetta Stone een oplossing bieden voor onderwijsinstellingen. Dat er geen taaltrainer beschikbaar is die studenten motiveert of wat extra’s kan bieden, kan een nadeel zijn.

De Pimsleur methode


Bedacht door wie en wanneer


De Pimsleur taalcursussen zijn Amerikaans taalkundige Paul Pimsleur ontwikkeld. De eerste taalcursus van Pimsleur was een cursus Grieks, die hij op de markt bracht in het jaar 1963.

Kenmerken van de Pimsleur methode


De Pimsleur-methode is een computerprogramma om vreemde talen te leren.

Deze cursussen bestaan uit zinnen en dialogen die door lerenden worden nagesproken en worden herhaald. Deze voorbeeldzinnen van de cursus zijn door moedertaalsprekers (native speakers) ingesproken. De cursus is op herhaling, anticiperen, woordenschat en herhaling gebaseerd. De les omvat een audio-opname van dertig minuten met nieuwe vocabulaire en taalstructuren. De grammaticale structuur van de doeltaal wordt niet apart uitgelegd maar aangeboden via uitbreiding van, en variaties op, de zinnetjes.

Pimsleur heeft onderzoek gedaan naar het meest optimale interval waarin geleerde informatie van het kortetermijngeheugen overgaat naar het langetermijngeheugen. In de Pimsleur taalcursussen is dit (gemiddelde) interval verwerkt.

Populariteit


De cursussen van Pimsleur worden onder meer door Amerikanen gebruikt en de ervaringen lopen uiteen. In het algemeen zijn studenten tevreden over de aangeleerde uitspraak van de vreemde taal.

Voor- en nadelen van de Pimsleur methode


De Pimsleur-methode werkt heel goed als uitspraakverbeteraar doordat de insprekers van de zinnen allemaal moedertaalsprekers (native speakers) zijn en op een natuurlijke manier op een normaal tempo spreken.

Het feit dat niets wordt uitgelegd, is het nadeel van de metodhiek. De studenten leren geen bouwstenen om zelf zinnen te maken, maar moeten het doen met duizenden voorbeeldzinnetjes die uit het hoofd worden geleerd.

De Michel Thomas methode


Bedacht door wie en wanneer


De Michel-Thomas-methode is bedacht, niet verwonderlijk, door Michel Thomas (Poolse naam: Moniek Kroskof); een genaturaliseerde Amerikaandie oorspronkelijk in Polen is geboren. Kort na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde hij zijn methode in zijn eigen taleninstituut in Beverly Hills, Los Angeles, met beroemdheden zoals Diana Ross, Barbra Streisand, Emma Thompson, Mel Gibson, Pierce Brosnan en Bob Dylan in zijn klantenkring.

Kenmerken van de Micheal Thomas methode


Michel Thomas’ principe was dat iemand alleen in staat is om te leren als diegene geen stress heeft. Hij maakte de lerenden duidelijk dat ze zich geen zorgen hoefden te maken dat ze iets zouden vergeten.

De cursussen zijn audiolessen die zijn ingesproken door twee acteurs; een mannelijke acteur en een vrouwelijke acteur. De setting is bij Michel Thomas een virtuele klas, waarbij de student de derde student is. Deze student luistert met de les van de acteurs mee. Als een vraag aan de acteurs wordt gesteld, is het idee dat de cursisten op pauze klikken en de vraag eerst zelf beantwoorden. Er is geen huiswerk en er hoeft niet uit het hoofd te worden geleerd. De lessen worden in kleine stappen opgebouwd en nieuwe lesstof wordt met reeds bekende lesstof afgewisseld. De uitleg wordt steeds in de Engelse taal gegeven. Er wordt op verbanden gewezen tussen de talen, als die verbanden er zijn. Grammaticale uitleg wordt eveneens gegeven. Eerst wordt makkelijke lesstof aangeleerd, moeilijkere lesstof volgt pas nadat de studenten de makkelijke lesstof hebben begrepen en verworven. Behalve woorden en zinnen in de doeltaal worden ook bouwstenen geleerd waarmee de gebruikers zelf zinnen kunnen construeren. Ook maakt de leermethode gebruik van flashcards zodat de gebruikers zelf hun woordenschat kunnen toetsen en online oefeningen kunnen maken om hun eigen voortgang te meten.

Populariteit


Veel gebruikers vinden de Michel Thomas-methode plezierig werken en zijn tevreden over de uitleg van de structuur van de te leren taal. Gebruikers die wat verder gevorderd zijn met de taal, vinden de cursussen minder nuttig.

Voor- en nadelen van de Micheal Thomas methode


De methode van Michel Thomas traint de uitspraak alsook de luistervaardigheid van de doeltaal op efficiënte wijze en de methode is zeer toegankelijk. Het feit dat deze cursussen niet in schrijfvaardigheid voorzien, is een nadeel van de methode van Michel Thomas. Een echte interactie is er ook niet doordat de methode uit een audiocursus bestaat.

De Assimil methode


Bedacht door wie en wanneer


Assimil is een Frans bedrijf, dat in 1929 is opgericht door polyglot en schrijver Alphonse Chérel. Dit bedrijf maakt en publiceert taalcursussen. Hun eerste boek was Anglais sans Peine.

Kenmerken van de Assimil methode


Letterlijk betekent ‘assimileren’ of ‘assimilatie’: ‘mengen met, opgaan in een andere groep’. Dit was vrij hoog gegrepen voor een taalcursus. De Assimil-taalcursussen zijn zelfstudielessen die bestaan uit een lesboek, audio-CD’s alsook een USB-stick. De lerende werkt bij voorkeur ongeveer twintig minuten per dag.

De taallessen bestaan uit dialogen die worden beluisterd, nagesproken en gelezen. De vertaling staat ernaast, alsook de toelichting van de grammatica. Om de uitspraak van de vreemde taal te oefenen, maakt Assimil gebruik van zinnen die door moedertaal (native) speakers zijn ingesproken en die de lerenden dienen te herhalen. De opbouw is van receptief naar productief: in de eerste lessen wordt nog geen taalproductie verwacht van de gebruikers; dit komt pas na ongeveer 50 taallessen.

Populariteit


De Assimil-cursussen zijn gewaardeerd. Ze zijn relatief betaalbaar en het aanbod aan talen is groot.

Voor- en nadelen van Assimil


Het voordeel van de Assimil-methode is dat de cursist op zijn of haar eigen snelheid kan leren wanneer dit het beste uitkomt. De keerzijde hierbij is, wat voor alle taalcursussen met een computer geldt, dat de studenten op zichzelf zijn aangewezen. Er is geen taaldocent beschikbaar om de cursisten te motiveren of te begeleiden.

Verschillende digitale hulpmiddelen om een taal te leren

Ook is er een groot aanbod aan complete zelfstudie taalcursussen: uTalk, Eurotolk Ultimate en online methoden zoals Babbel, Duolingo, Mondly en Quizlet.

Er bestaat echter een betere methode om een taal te leren om een vreemde taal te leren:
De Methode van Dagnall.


Het inmiddels bekende hoge rendement behaalt Dagnall Taleninstituut door elementen van deze bekende leermethoden toe te passen, maar vooral doordat de focus van ons taleninstituut altijd ligt op de cursist(en), bijvoorbeeld; is deze persoon visueel, auditief of wellicht kinesthetisch aangelegd? Hoe leert hij of zij het makkelijkst? Wat moet of wil deze cursist eigenlijk leren?
Wat is de voorgeschiedenis van de cursist op het gebied van taaltraining? Wat vindt hij of zij lastig?
Hoe zelfverzekerd is de cursist, enz.?

Hoe behaalt Dagnall Talen zo’n hoog rendement?
De cursussen van Dagnall Taleninstituut zijn bij voorkeur face-to-face. We werken in kleine groepen of individueel dan wel in duo-verband (twee personen). Dagnall Talen biedt daarnaast een online leerplatform en een eigen app, beide met woordenlijsten en zinnen. Indien gewenst, kan de app geladen worden met jargon van specifieke organisaties of bedrijven.
[ Lees meer ]


Betaalbaar maatwerk sinds 1982
OFFERTE AANVRAGEN
taaltrainingen - vertalen - tolken - teksten

Online (e-learning), blended learning en Dagnall app

Betekenis termen ‘online’, ‘e-learning’ en ‘blended’


‘Online’ en ‘e-learning’ zijn verzameltermen voor (taal)cursussen die online kunnen worden gevolgd, op afstand dus. Het wordt ook wel een virtual classroom, met andere woorden een ‘digitaal leslokaal’ genoemd.
Het zogenaamde blended learning is een trainingsvorm waarbij face-to-face-sessies (klassikale sessies) worden gecombineerd met online leren in een online leeromgeving.
Simpel gesteld: face-to-face (fysiek les) + online = blended learning.
Dagnall Taleninstituut biedt op maat gemaakte e-learningtrajecten in Assen.

Online een vreemde taal leren (e-learning)


Een aantal voorbeelden van digitale platformen die voor online communiceren en leren kunnen worden gebruikt, zijn Zoom, Microsoft Teams, Google Meet, Skype, StarLeaf, Cisco Webex, Whereby en Miro.

Blended cursussen in Assen


Blended learning heeft als voordeel ten opzichte van online leren dat, als het geen 1-op-1 les betreft, de cursisten bij blended learning afwisselend wel een zogenaamde ‘classroominteractie’ ervaren; dat wil zeggen persoonlijke interactie; gesprekken met en motivatie van andere cursisten.

100% maatwerk – ook online!
Vanzelfsprekend biedt Dagnall Taleninstituut eveneens blended learning in Assen op maat.

Online leerplatform


Online leerplatform Dagnall Taleninstituut biedt een gebruiksvriendelijke, digitale leeromgeving met een interactief leerplatform; Dagnall.online. Het platform Dagnall.online vormt een integraal onderdeel van digitale leertrajecten en het platform biedt interactieve en gevarieerde content. Het Dagnall platform biedt interactieve mogelijkheden en garandeert een optimaal leerrendement bij een digitale leergang.

De Dagnall App


Naast het online leerplatform biedt Dagnall Taleninstituut tevens een handige eigen App voor zowel Android- als Apple-apparaten. De Dagnall App heeft als grote voordeel dat een lerende overal en altijd, dus 24/7, toegang heeft op elk (mobiel) apparaat. Zowel op het werk maar eveneens thuis of onderweg, bijvoorbeeld eveneens in het buitenland. Zo kunnen cursisten dus een taal leren waar en wanneer het hen schikt. De oefeningen in de App worden afgestemd op de behoefte van uw bedrijf of organisatie zoals het taalniveau, de branche en de leerdoelen. Zo kunnen wij bijvoorbeeld speciek jargon, technische termen, woordenlijsten, juridische termen alsook productnamen in de App integreren. De App kan dus heel praktijkgericht worden ingezet en de Dagnall App blijft ook beschikbaar nadat de taaltraining in Assen is afgerond.
Ook bij digitale leerpaden zorgt Dagnall Taleninstituut voor uitstekend en spelenderwijs leren.
Computerscherm met logo Dagnall.online - in kleur op transparante achtergrond - 600 * 496 pixels
Overlappende iconen App Store Apple App in Apple zwart en Google Play Android App in Google groen - op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels/
Ontdek onze online mogelijkheden

Online learning & blended learning in Assen

Voorsprong door maatwerk online en blended taaltraining


E-mailcorrespondentie, telefoongesprekken, vergaderingen en/of onderhandelingen met zakenpartners en klanten zijn op het gebied van taalvaardigheid vaak een uitdaging.
Mensen die meerdere talen spreken, zijn daarom vaak onmisbaar in veel organisaties en bedrijven.

Online en blended taaltrainingen op maat


Dagnall leert u communiceren door middel van professionele online & blended taalcursussen. Wanneer u internationaal succesvol wilt zijn, leer uw gesprekspartners dan te begrijpen en zorg dat u ook begrepen wordt. Wilt u uw taalvaardigheid verbeteren voor uw huidige of toekomstige functie? Onze taaltrainingen bieden beroepsgerichte training. Al onze taaltrainingen zijn maatwerktrainingen en eveneens als onlinecursus & blended taalcursus beschikbaar. Onlinecursussen en blended taalcursussen zijn net zo doeltreffend en van hoge kwaliteit als fysieke cursussen en bovendien comfortabel.


Een online taalcursus en ook een blended taalcursus kunt u overal volgen; thuis, op kantoor, op (zaken)reis of op een bedrijfslocatie. Onlineplatforms voor online zakelijke en technische taaltrainingen

Zakelijke en technische taalcursussen online geeft Dagnall Taleninstituut via onlineplatforms zoals Zoom, Skype, Microsoft Teams of een ander onlineplatform naar voorkeur. Zoom is het meest gebruiksvriendelijk en biedt variatie en interactie.

Virtuele Classroom voor een individuele training of groepstraining


Alleen het onderstaande hebt u nodig voor een (taal)cursus in een virtuele classroom:
- Een pc, laptop of tablet met een microfoon en een camera
- Een internetverbinding
- Een rustige (leer)omgeving
- Door ons beschikbaar gesteld cursusmateriaal
[ Lees meer ]
Overlappende donkerblauwe cirkel met icoon lesgeven en groene cirkel met computerscherm met Dagnall.online logo op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels
Computerscherm screenshot inlogpagina Dagnall.online Springest-based platform voor online taallessen - in kleur op transparante achtergrond - 600 * 496 pixels
Computerscherm met logo Google Hangouts en computerscherm met logo Microsoft Teams - in kleur op transparante achtergrond - 600 * 496 pixels

Cursuspakket en certificaat

Voorafgaand aan uw cursus bij ons taleninstituut in Assen ontvangt u het Dagnall cursuspakket.
Het handige Dagnall koffertje bestaat uit milieuvriendelijk materiaal en is ook zeer geschikt om daarin losbladig, actueel leermateriaal, dat tijdens de lessen wordt behandeld, op te bergen.
Hieronder ziet u een foto van het cursuspakket van Dagnall Taleninstituut dat onder andere een Dagnall pen, schrijfblok en divers ander cursusmateriaal bevat.
Na afloop van uw cursus bij ons taleninstituut in Assen ontvangt u het Dagnall certificaat. Op de achterkant van het certificaat van het Taleninstituut Dagnall staan zowel uw startniveaus alsook de behaalde eindniveaus van uw nieuwverworven taalvaardigheden. Deze vaardigheden zijn opgedeeld in spreekvaardigheid, luistervaardigheid, leesvaardigheid en schrijfvaardigheid.
Hieronder ziet u een foto met een voorbeeld van het Dagnall Certificaat.
Een compleet verzorgde taalcursus in Assen
Dagnall Talen cursuskoffer - Dagnall schrijfblok - Dagnall pen - lesboeken op witte tafel - in kleur - 600 * 337 pixels
Ingevuld Dagnall Talen certificaat - Dagnall pen - Apple Magic Keyboard - Apple Magic Trackpad op witte tafel - in kleur - 600 * 337 pixels

Het Europees Referentiekader (ERK)

Om begin- en eindniveau te beschrijven, gebruiken wij de taalniveaus zoals omschreven in het Europees Referentiekader (ERK). Het niveau van het Europees Referentiekader is een internationaal erkend taalniveau.
Na het doorlopen van de cursus bij ons taleninstituut in Assen, ontvangt u een certificaat van Dagnall Talen waarop uw behaalde taalniveau is aangegeven.
 

Logo EU Europese Unie in blauw vierkant met afgeronde hoeken in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels
Logo ERK Europees Referentiekader Talen in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels
Niveaubepaling volgens het Europees Referentiekader
Het ERK is een Europese norm om de verschillende niveaus van taalvaardigheid in te kunnen delen.
Het Europees Referentiekader is tussen 1989 en 1996 samengesteld door de Raad van Europa.
Het ERK is een instrument dat vijf taalvaardigheden onderscheidt, te weten: lezen, luisteren, schrijven, spreken en gesprekken voeren.
De Engelstalige term en afkorting wordt ook vaak toegepast: Common European Framework of References; CEFR. Het Europees Referentiekader hanteert ook 6 niveaus van taalbeheersing, van beginner tot vrijwel moedertaalspreker.
De niveaus van vaardigheid zijn van laag naar hoog als A1, A2, B1, B2, C1 en C2 gekwalificeerd.
Niveau A is van toepassing op beginners.
Cursisten die niveau B beheersen, beschikken over alle basisvaardigheid in de Franse taal.
Niveau C is van toepassing op gevorderden die de Franse taal met groot gemak kunnen lezen, verstaan, spreken en schrijven. Niveau C toont aan dat iemand de taal uitstekend in uiteenlopende situaties kan gebruiken.

A1 Basisgebruiker - Breakthrough Level


Luisteren


Kan basiszinnen over een vertrouwd onderwerp begrijpen, als de gesprekspartner langzaam en duidelijk spreekt, eenvoudige woorden gebruikt en bereid is te herhalen.

Spreken


Kan zichzelf voorstellen en kan vragen stellen en beantwoorden over persoonlijke gegevens (waar iemand woont, of iemand getrouwd is of kinderen heeft).Kan familie of bekenden en woonomgeving beschrijven en vragen naar familie of woonomgeving van gesprekspartner beantwoorden.Kan in korte zinnen vertellen waar hij of zij werkt en wat hij of zij doet. Kan vragen naar het werk van de gesprekspartner.

Lezen


Kan eenvoudige, alledaagse uitdrukkingen en korte geschreven zinnen begrijpen over vertrouwde onderwerpen als er enige ondersteuning is door illustraties, foto’s of film.Kan eenvoudige mededelingen begrijpen, bijvoorbeeld op uithangborden in een winkel.

Schrijven


Kan een formulier invullen met persoonlijke gegevens.Kan een korte e-mail of een kaartje sturen met bijvoorbeeld een groet of felicitatie.

B1 Onafhankelijk gebruiker - Threshold Level



Luisteren


Kan de essentie begrijpen van een gesprek over persoonlijke zaken, familie, werk, studie, reizen en vrije tijd, wanneer er duidelijk wordt gesproken.
Kan de essentie begrijpen van de meeste radio- of televisieprogramma’s over actuele zaken of onderwerpen die hem of haar interesseren in de standaardtaal, wanneer er betrekkelijk langzaam en duidelijk wordt gesproken.

Spreken


Kan zich in de meest voorkomende situaties redden wanneer hij of zij in het gebied is waar de taal wordt gesproken.
Kan onvoorbereid gesprekken voeren over vertrouwde onderwerpen of onderwerpen die de persoonlijke belangstelling hebben (familie, werk, gebeurtenissen die zich voordoen, hobby’s, reizen).
Kan zinnen op een eenvoudige manier aan elkaar verbinden.
Kan ervaringen en gebeurtenissen beschrijven en hoop en ambities uitspreken.
Kan een mening geven en voorkeur uitdrukken en motiveren.
Kan de plot van een boek of film vertellen.

Lezen


Kan teksten begrijpen die voornamelijk bestaan uit frequente woorden, dagelijkse of aan het werk gerelateerde taal, bijvoorbeeld in brieven van de gemeente, energiebedrijf of telefoonmaatschappij.
Kan de beschrijving van gebeurtenissen, wensen of gevoelens begrijpen in persoonlijke e-mails of brieven.

Schrijven


Kan een eenvoudige, samenhangende tekst schrijven over vertrouwde onderwerpen of onderwerpen die de persoonlijke belangstelling hebben (familie, werk, gebeurtenissen die zich voordoen, hobby’s, reizen).
Kan een eenvoudige, samenhangende tekst schrijven over vertrouwde onderwerpen of onderwerpen die de persoonlijke belangstelling hebben (familie, werk, gebeurtenissen die zich voordoen, hobby’s, reizen).

C1 Vaardig gebruiker - Effective Operational Proficiency Level



Luisteren


Kan de meeste gesproken taal begrijpen, ook als deze niet goed gestructureerd is en wanneer verbanden impliciet zijn.
Kan radio- of televisieprogramma’s en films in de standaardtaal zonder al te veel inspanning begrijpen.

Spreken


Kan zich spontaan en vloeiend uitdrukken zonder al te veel te moeten zoeken naar uitdrukkingen.
Kan de taal soepel en effectief gebruiken in een zakelijke en sociale omgeving.
Kan ideeën en meningen gedetailleerd verwoorden en een volwaardige bijdrage leveren aan een discussie.
Kan een samenhangend betoog voeren over complexe zaken en daarbij subthema’s noemen, specifieke standpunten ontwikkelen en uitdragen en het betoog afronden met een passende conclusie.

Lezen


Kan complexe, langere teksten van uiteenlopende aard begrijpen, zowel zakelijk als literair.
Kan impliciete betekenis, nuances, stijl en idioom herkennen.
Kan gespecialiseerde artikelen en uitvoerige technische instructies begrijpen, ook als zij geen betrekking hebben op het eigen werkterrein.

Schrijven


Kan een heldere, gestructureerde en gedetailleerde brief, essay of verslag produceren over complexe onderwerpen.
Kan uitgebreid standpunten uiteenzetten en overtuigen. Kan zijn of haar schrijfstijl aanpassen aan de doelgroep.

A2 Basisgebruiker - Waystage Level



Luisteren


Kan zinnen en vaak voorkomende uitdrukkingen begrijpen over vertrouwde onderwerpen en activiteiten, bijvoorbeeld de familie, woonomstandigheden, boodschappen doen, opleiding of werk.
Verstaat de gesprekspartner als deze langzaam en duidelijk spreekt in de standaardtaal, maar kan het gesprek nog niet zelf gaande te houden.
Begrijpt de essentie van korte, eenvoudige berichten en aankondigingen, bijvoorbeeld op radio, televisie of een station.

Spreken


Kan eenvoudige gesprekken voeren over alledaagse onderwerpen en vertrouwde situaties. Kan eenvoudige informatie uitwisselen.
Kan in eenvoudige zinnen zijn of haar woon- of werkomgeving beschrijven, zijn of haar achtergrond en dagelijkse activiteiten.
Kan een eenvoudig telefoongesprek voeren, bijvoorbeeld om informatie te vragen.

Lezen


Kan korte, eenvoudig geschreven teksten, brieven of e-mails begrijpen.
Kan voorspelbare informatie halen uit eenvoudige korte teksten, zoals dienstregelingen, advertenties of menu’s.

Schrijven


Kan een kort briefje of e-mail schrijven over een vertrouwd onderwerp, bijvoorbeeld om iets af te spreken.
Kan eenvoudige notities en korte boodschappen schrijven over directe behoeften.

B2 Onafhankelijk gebruiker - Vantage Level



Luisteren


Kan lezingen en betogen volgen en zelfs complexe redeneringen als het onderwerp redelijk vertrouwd is.
Begrijpt de essentie van technische discussies in zijn of haar specialisatie.
Kan de meeste radio- of televisieprogramma’s over actuele zaken begrijpen.
Kan het grootste deel van de films in de standaardtaal begrijpen.

Spreken


Kan op een vloeiende en spontane manier deelnemen aan gesprekken met moedertaalsprekers zonder extra inspanning van de gesprekspartner.
Kan actief meepraten in discussies over bekende thema’s en zijn of haar mening geven en onderbouwen.
Kan de voor- en nadelen van diverse mogelijkheden of oplossingen uitleggen.
Kan een gedetailleerde beschrijving geven van een groot aantal onderwerpen ook buiten de directe persoonlijke belangstelling.

Lezen


Kan artikelen en verslagen lezen over eigentijdse problemen en houding of standpunt van de schrijvers begrijpen.
Kan de essentie van complexe teksten over abstracte of concrete onderwerpen begrijpen.
Kan modern literair proza begrijpen.

Schrijven


Kan een standpunt verdedigen, informatie doorgeven of een essay of verslag schrijven.
Kan brieven schrijven over uiteenlopende gebeurtenissen of persoonlijke ervaringen.
Kan een heldere, gedetailleerde tekst produceren over uiteenlopende onderwerpen.

C2 Vaardig gebruiker - Mastery Level



Luisteren


Kan vrijwel alles wat hij of zij hoort gemakkelijk begrijpen, zowel in contact met een gesprekspartner als via de media.
Kan accenten en tempo van moedertaalsprekers begrijpen als hij of zij enige tijd heeft om vertrouwd te raken met het soort accent.
Kan idiomatische uitdrukkingen en complexe betogen begrijpen.

Spreken


Kan deelnemen aan ieder soort gesprek.
Drukt zichzelf spontaan, vlot, vloeiend en genuanceerd uit, ook in meer complexe situaties.
Gebruikt vaste uitdrukkingen en zegswijzen.
Kan een heldere beschrijving of logische redenering presenteren in een stijl die past bij de context en in een duidelijke structuur.
Kan informatie samenvatten, op een samenhangende manier argumenten, nieuwe inzichten of aandachtspunten aan de orde brengen.

Lezen


Kan zonder moeite alles begrijpen wat hij of zij leest.
Dat geldt ook voor complexe betogen, abstracte of specialistische teksten, literatuur en idiomatische uitdrukkingen.

Schrijven


Kan een duidelijke en goed lopende tekst schrijven en daarbij rekening houden met de doelgroep.
Kan complexe brieven, verslagen en artikelen met een logische structuur schrijven.
Kan zichzelf vloeiend en precies uitdrukken en kan hierbij nuances in betekenis aangeven.
Het ERK geeft inzicht in taalbeheersing
OFFERTE AANVRAGEN
taaltrainingen - vertalen - tolken - teksten
ISO 9001-2015 LOGO
ISO 1700-2015 LOGO

ISO-certificeringen

ISO 9001:2015 – internationale norm voor kwaliteitsmanagement


Dagnall Talen is door Kiwa gecertificeerd voor de ISO 9001:2015 norm, de wereldwijd erkende norm die eisen aan het kwaliteitsmanagementsysteem van een organisatie stelt. De ISO 9001:2015 norm stelt eisen om processen te borgen en te stroomlijnen die belangrijk zijn om de klanttevredenheid te verhogen. Voldoen aan zowel de eisen van opdrachtgevers alsook aan wetgeving en regelgeving en het continue verbeteren van het kwaliteitsmanagementsysteem zijn de hoekstenen van de ISO 9001:2015 norm.

ISO 17100:2015 - internationale norm voor vertaaldiensten


Dagnall is eveneens door Kiwa gecertificeerd voor de ISO 17100:2015 norm. ISO 17100:2015 norm is specifiek voor de vertaalbranche die onder meer eisen bevat voor mensen, middelen, projectmanagement, vertalers en proeflezers.


De ISO 17100:2015 certificering van Dagnall toont aan dat uitsluitend met professionele moedertaalvertalers (natives) wordt gewerkt die beschikken over de benodigde ervaring en kennis. Daarnaast worden onze vertalingen altijd minimaal twee keer door twee specialisten/proeflezers proefgelezen. Onze vertalingen worden aangeleverd volgens afspraak en binnen de deadline.

Kiwa – certificeringen sinds 1948


Kiwa is een certificeringsinstituut in Rijswijk met vele jaren ervaring met het certificeren van organisaties en bedrijven. Dagnall Talen wordt jaarlijks door Kiwa getoetst om te beoordelen of nog steeds aan de eisen van ISO 9001:2015 en ISO 17100:2015 wordt voldaan.
Dagnall draagt het NRTO-keurmerk
Logo keurmerk NRTO Nederlandse Raad voor Training en Opleiding in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels
Logo Nederlandse Raad voor Training en Opleiding NRTO in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels

Lidmaatschap NRTO

Dagnall Taleninstituut is al vele jaren lid van de NRTO en draagt eveneens het NRTO-keurmerk.
Wij hebben ons bij de NRTO aangesloten, omdat deze organisatie voor kwaliteit en betrouwbaarheid staat.
‘NRTO’ staat voor ‘Nederlandse Raad voor Taal en Training’. De NRTO is de brancheorganisatie voor private onderwijsinstellingen, opleidings- en trainingsinstituten en meer dan 450 organisaties zijn lid van de NRTO.
De missie van de NRTO is: Het beste uit mensen (jong en volwassen) halen, talenten ontwikkelen en mensen helpen hun ambities te realiseren.

Kwaliteitsbevordering en -bewaking


Voor de NRTO staat kwaliteit centraal. De NRTO staat voor kwalitatief hoogstaand, flexibel en gevarieerd opleidings- en examenaanbod en EVC (Erkenning van eerder Verworven Competenties). De kwaliteit van de diensten die door de leden van de NRTO worden geleverd, zoals bij ons taleninstituut in Assen, wordt geborgd door een gedragscode, door diverse convenanten alsook door het NRTO-keurmerk.
[ Lees meer ]
 
Logo GDPR Algemene Verordening Gegevensbescherming in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels
Logo EU Filemaker in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels

AVG-compliant

De AVG; Algemene verordening gegevensbescherming (Engelse naam: GDPR; General Data Protection Regulation) is een Europese verordening met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door bedrijven en overheidsinstellingen in de EU. De AVG dient er met name toe de privacy van burgers in de EU te beschermen. De verordening schrijft voor dat mensen op de hoogte dienen te zijn van de verwerking van hun persoonsgegevens zoals hun naam, telefoonnummer en (e-mail)adres en dat alleen de gegevens die voor het beoogde doeleinde noodzakelijk zijn, mogen worden bewaard en verwerkt.
Deze persoonsgegevens mogen niet langer bewaard worden dan nodig en de persoonsgegevens dienen te worden beschermd tegen toegang door onbevoegden, vernietiging alsook verlies. Natuurlijk voldoet Dagnall aan alle eisen die worden gesteld door de Algemene verordening gegevensbescherming en verwerkt persoonsgegevens zeer beperkt in elk opzicht. Dagnall Talen werkt met het betrouwbare Filemaker.
Logo CRKBO Centraal Register Kort Beroepsonderwijs in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels
Logo Lloyd's Register in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels
Cursussen bij Dagnall taleninstituut in Assen zijn vrijgesteld van btw

CRKBO-geregistreerde instelling

Dagnall is in het CRKBO-register ingeschreven. De afkorting CRKBO staat voor Centraal Register Kort Beroepsonderwijs.
Dat houdt in dat ons taleninstituut aan de Kwaliteitscode voor Opleidingsinstellingen voor Kort Beroepsonderwijs voldoet.
Voor de Belastingdienst is inschrijving in het juiste CRKBO-register een vereiste om beroepsgerichte taalcursussen btw-vrijgesteld te mogen aanbieden.
Door deze btw-vrijstelling kan ons taleninsitituut een lagere prijs berekenen.
Dit helpt in de cashflow van onze opdrachtgevers en is eveneens een voordeel voor (taal)cursussen die bijvoorbeeld aan zorginstellingen, maatschappen, de overheid en privépersonen worden gegeven.

CPION


Voor de inschrijving in het CRKBO-register is Dagnall Talen onderworpen aan een jaarlijkse audit door het CPION; het Centrum Post Initieel Onderwijs.
Het CPION is de centrale organisatie voor het toetsen, diplomeren en registreren van postinitiële opleidingsinstituten.

Lloyd’s Register


Het CRKBO-register is een register dat wordt bijgehouden door Lloyd’s Register Nederland.
Het Lloyd’s Register in 1760 is opgericht en is een door de overheid erkend, onafhankelijk keuringsinstituut dat onder andere als doel heeft organisaties te beoordelen en te classificeren.
Offerte aanvragen bij ons taleninstituut in Assen

Contact taleninstituut Assen

Wilt u contact met Dagnall Taleninstituut in Assen? Vult u gerust het contactformulier in of belt u naar 0592-338012 (geen belmenu). U kunt uiteraard ook een e-mail sturen naar taleninstituut-assen@dagnall.nl voor meer informatie.
Natuurlijk kunt u ook ons informatiepakket bestellen. Dit is geheel gratis.
Afbeelding wegwijzer in grijs met bord Dagnall in verkeersblauw in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels
Afbeelding computer en tablet en telefoon in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels
De juiste weg naar een taleninstituut in Assen!
OFFERTE AANVRAGEN
taaltrainingen - vertalen - tolken - teksten

Trainen en vergaderen in Assen

Bij ons taleninstituut kunt u de taalcursus op uw locatie volgen of in Assen, bijvoorbeeld op ons instituut aan de Industrieweg 22 in Assen of bij het One Business Center in Assen-Centrum aan de Kloekhorststraat 29 in Assen. Ons taleninstituut kan ook taalcursussen in Assen verzorgen bij Van der Valk Hotel Assen aan de Balkenweg 1.
U kunt besprekingen houden in Assen bij bijvoorbeeld bij Van der Valk Assen aan de Balkenweg 1, bij TTWorld of bij Expo De Haar.

Assen - geschiedenis

Waarschijnlijk werd het gebied dat nu Assen is reeds bewoond in de prehistorie, evenals de rest van Drenthe, getuige de aanwezigheid van hunebedden. In het jaar 1259 werd er een nonnenklooster gevestigd: Sancta Maria de Campe (Mariënkamp). Ook veel singels dateren uit deze tijd. De meeste hiervan zijn overigens later weer gedempt. Lodewijk Napoleon koos Assen als zomerresidentie en verleende in 1809 stadsrechten. Assen werd in 1814 de hoofdstad van Drenthe.
De oorsprong van de naam ‘Assen‘ is waarschijnlijk een verbastering van het woord ‘essen’; de boomsoort. Er wordt ook wel gedacht dat het uit de Oudsaksische taal komt, van het woord asna dat ‘pacht’ of ‘loon’ betekent. Tot slot kan het ook komen van de Friese mannennaam ‘Hasse’. De oudste akte waarin Assen wordt genoemd, stamt uit 1270. Assen heet dan ‘Hassen’.

Assen - nu

Assen is gelegen in de regio Groningen-Assen en grenst aan het Nationaal Park de Drentsche Aa. Plaatsen in de buurt van Assen zijn Beilen, Borger, Eelde, Gieten, Hoogersmilde, Hooghalen, Norg, Oosterwolde, Rolde, Smilde, Tynaarlo, Veenhuizen, Vries, Westerbork en Zuidlaren.
Assen ligt in de provincie Drenthe. In de gemeente Assen wonen ongeveer 67.000 mensen.
Vlag gemeente Assen - in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels 

Vlag gemeente Assen

Wapen gemeente Assen - in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels 

Wapen gemeente Assen

Inwoners

Een inwoner van Assen wordt een ‘Assenaar’ genoemd.
Bekende Assenaren zijn Inge Dekker, Enzo Knol, Frank Masmeijer en Harry Muskee.
Iets wat bij Assen hoort, wordt ‘Assens’ of ‘Asser’ genoemd.
Bijvoorbeeld het Asserbos. Assen kreeg stadsrechten in het jaar 1809.

Assen - internationaal, kernen & scholing

Provinciehoofdstad & partnersteden


Assen is de provinciehoofdstad van Drenthe.
De partnersteden van Assen zijn Bad Bentheim in Duitsland, Poznań in Polen en Vrijburg in Zuid-Afrika.

Kernen


Onder de gemeente Assen vallen eveneens Anreep-Schieven, Graswijk, Loon, Ubbena, Rhee, Ter Aard, Witten en Zeijerveld.

Hoger onderwijs


Er zijn twee hogescholen in Assen; het Hanze Instituut voor Engineering alsook NHL Stenden.
In Assen zijn geen universiteiten gevestigd.
Provincievlag Drenthe - 600 * 337 pixels

Vlag provincie Drenthe

Provinciewapen Drenthe - in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels

Wapen provincie Drenthe

Typisch Assens

Denk je aan Assen, dan denk je aan het racecircuit TT en aan de bijbehorende jaarlijkse kermis.
Assen is ook bekend vanwege het Drents Museum.
Ook de rechtbank van Noord-Nederland bevindt zich in Assen.
Assen fungeert als bescheiden provinciehoofdstad en garnizoensstad; de Johan Willem Frisokazerne is gevestigd in Assen.


Assen - minder bekend


Het geheim van Assen bevindt zich onder de brugdekken. Van vier dichters uit de provincie Drenthe zijn daar gedichten aangebracht en wie wacht voor een open brug, kan ondertussen een gedicht lezen van Egbert Hovenkamp II (Weiersbrug), Gerard Nijenhuis (Willem III), Mischa van Huijstee (Groningerbrug) of Lévi Weemoedt (De Blauwe Klap).

Assens dialect en accent

Drents is een officieel erkende streektaal. Kenmerkend voor het Drents zijn de klinkerafwijkingen in vergelijking met het Nederlands: ‘aa’ wordt ao; ‘ei/ij’ wordt ie; ‘oo’ wordt eu ‘ui’ wordt uu. Dus kiek in plaats van ‘kijk’ en taol in plaats van ‘taal’. Veel woorden worden half ingeslikt. Typisch is ook de no-nonsense-blik op de wereld die doorklinkt in Drentse uitdrukkingen.
“Ik bid nie veur bruune bonen” is waarschijnlijk de bekendste uitdrukking in het Drents. “Het gaat geweldig” in het Drents: Giet wa (het gaat wel).
Een bekend Drents gezegde: As is verbraande törf; “met het “als…” kom je er niet”. Over iemand die zegt wat hij denkt: Die gruit de spinnenwebben niet veur de mond.
“Dit is Assen!”

Assen - zakelijk

De gemeente Assen


Het netnummer van Assen is 0592.
Het postcodegebied van Assen is 9400 - 9408.
Het adres van het gemeentehuis van Assen is Noordersingel 33, 9401 JW in Assen.
De website van de gemeente Assen is Assen.nl.
Het telefoonnummer van de gemeente Assen is 14 0592.

Zakendoen in Assen


Voor Asser ondernemingen is het dichtstbijzijnde filiaal van de Kamer van Koophandel het KVK-kantoor Groningen aan de Leonard Springerlaan 15, 9727 KB in Groningen. Het telefoonnummer van de Kamer van Koophandel voor Assen is 088 585 1585. De website van de Kamer van Koophandel voor Assen is KVK-kantoor Groningen.

Assen - internationale bedrijvigheid

Verschillende internationaal opererende bedrijven zijn in Assen gevestigd op bedrijventerrein Kloosterveen, Messchenveld, Peelerpark en op het Stadsbedrijvenpark.
In Assen bevinden zich onder andere de volgende, veelal internationaal opererende bedrijven en organisaties: Bekaert, Burgerhout, Catawiki, Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O), Holland Tyre, Holtrop-van der Vlist, Interstar - Nivo Meubel, Lily
Maas, Muelink en Grol, MyProfs, NAM, Scapino, Sluyter Logistics, SPX Flow Technology, Swedish Match (Swedish Match lucifers, P.G.C. Hajenius, La Paz, Willem II sigaren etc.), Univé, Wierda en Partners, Winel, Ziengs en Distributiecentrum Jumbo in Beilen.
Een aantal van deze bedrijven mag Dagnall klant noemen.

Asser nieuws

De Asser nieuwsportalen zijn Nieuwsinassen.nl en Assenstad.nl en Asser ondernemers lezen hun regionale zakelijke nieuws op MKB Drenthe - Nieuws.
Ondernemers in Assen kijken hun (zakelijk) nieuws op RTV Drenthe.
Assenaren en ondernemingen in Assen kunnen hun (zakelijk) nieuws lezen in de regionale krant de Asser Courant en het Dagblad van het Noorden - Drenthe.
Logo krant Assen - Asser Courant op een transparante achtergrond - 600 * 337 pixels
Logo regionale televisie- en radio-omroep RTV Drenthe op een transparante achtergrond - 600 * 337 pixels

Cultuur, sport, ontspanning en zakenlunch in Assen

Cultuur


Wilt u uw internationale zakenrelatie kennis laten maken met wat lokale cultuur?

Afhankelijk van het vakgebied waarin u werkzaam bent en/of de interesses van uw zakenrelatie, kunt u in Assen een bezoek brengen aan Het Aardscheveld, aan het Drents Museum, aan het Stedelijk Museum Assen voor Hedendaagse Kunst of aan het Stoottroepen Museum.

Voetbal, tennis, padel & squash


Houdt uw internationale zakenrelatie van sport? Dan is samen naar een sportwedstrijd gaan of zelf voetballen, tennissen, padellen of squashen wellicht een leuk idee. Voetbal verbroedert. Wellicht is het een leuk idee om met uw zakenrelatie naar een plaatselijke voetbalwedstrijd te gaan, waar bijvoorbeeld de Asser voetbalclub ACV, FC Assen, LTC actief of Achilles 1894 meespeelt.

Voor een partijtje tennis, padel of squash in Assen kunt u terecht bij ATV De Hertenkamp, bij Tennispark Amelte of bij Pand 17.
Golf, ontspanning & lunch Misschien hebt u zin om na de cursus bij ons taleninstituut in Assen of met uw internationale (zaken)relatie bij Assen een balletje te slaan en/of gezellig iets te drinken of een hapje te eten? Dagnall Taleninstituut heeft voor u een golfbaan in de buurt van Assen ontdekt voor een compleet middagje/dagje uit.
De nabijgelegen golfbaan voor Assen is de Drentsche Golf & Country Club in Zeijerveen. De adresgegevens van de Drentsche Golf & Country Club zijn Ten Oeverstraat 13, 9489 TH in Zeijerveen. De golfbaan is bereikbaar onder telefoonnummer is 0592-37 96 80. De website van de golfbaan is www.dgcc.nl.
Om iets te eten of te drinken kunt u terecht bij het restaurant van de Drentsche Golf & Country Club.
Afbeelding voetbal tennisbal golfbal in kleur op transparante achtergrond - 600 * 337 pixels
Logo voetbalclub Assen - ACV Assen - Asser Christelijke Voetbalvereniging - in kleur op grasveld met witte lijn - 600 * 337 pixels

Promotiefilmpjes en Google Maps

Hieronder ziet u een promotiefilmpje en een filmpje met drone-opnames van Assen die ook op Youtube staan.
Klik direct op het logo van Youtube in het midden om een filmpje af te spelen.
Direct onder de filmpjes zijn de locaties van Drenthe en Assen op Google Maps weergegeven.
Door linksboven te klikken, wordt het kaartje groot weergeven in een nieuw venster.
Promovideo Assen
Dronebeelden Assen
 
Google Maps Drenthe
Google Maps Assen
Op de hoogte blijven van wat er speelt in Assen

Asser nieuws

Hieronder ziet u het meest recente nieuws uit Assen van verschillende nieuwsbronnen.
Het nieuws wordt automatisch bijgewerkt.
 
Dagnall geeft cursussen in 24 talen
Dagnall Taleninsituut verzorgt ook vertaalwerk en tolken in Assen

Wist u dat?

Wist u dat Dagnall Talen ook vertalingen in Assen en tolkdiensten verzorgt?
Dagnall Talen kan u dus van dienst zijn met
taalcursussen, vertalingen, tolkdiensten alsook het schrijven van teksten!
Ook de juiste route naar vertaaldiensten en tolkdiensten in Assen
OFFERTE AANVRAGEN
taaltrainingen - vertalen - tolken - teksten

ONZE OPDRACHTGEVERS

De upload van uw document is gelukt.

 

INLOGGEN MEDEWERKERS   /   BESTANDEN UPLOADEN